Zicht op uitzetting Gambia. Beroep ongegrond.

Bewaring – Voortvarend handelen en zicht op uitzetting – ECLI:NL:RBDHA:2025:194

Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 8 januari 2025 | NL24.51512 | Bewaring – Voortvarend handelen – Zicht op uitzetting – Belangenafweging | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, is op 12 oktober 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. De rechtbank heeft het beroep op 3 januari 2025 op zitting behandeld.

Eiser stelt dat, hoewel de minister inspanningen verricht om zijn uitzetting te realiseren, na ruim veertien maanden niet langer volgehouden kan worden dat er nog voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Hij wijst erop dat er sinds oktober 2024 geen concrete ontwikkelingen zijn geweest in het laissez-passer (LP)-traject.

Overwegingen Rechtbank

  1. Voortvarend handelen en zicht op uitzetting
    • De rechtbank erkent dat de bewaring aanzienlijk lang duurt en dat het LP-traject moeizaam verloopt.
    • Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de minister eind oktober 2024 een identificatiemissie heeft uitgezet en dat inmiddels is opgeschaald naar de hoogste autoriteit binnen het Gambiaanse ministerie van Buitenlandse Zaken (MFA), nadat eerdere verzoeken via de Gambia Immigration Department (GID) niet succesvol waren.
    • In zes vergelijkbare zaken heeft deze opschaling geleid tot een bevestiging van de nationaliteit, terwijl in zes andere zaken de nationaliteit niet werd bevestigd en in zes zaken (waaronder die van eiser) nog geen reactie is ontvangen.
    • De minister heeft aangegeven dat er in januari 2025 opnieuw gerappelleerd zal worden en, indien nodig, verdere opschaling zal plaatsvinden.
    • Gezien de recente positieve ontwikkelingen in andere zaken en het feit dat de Gambiaanse autoriteiten nog geen afwijzing van de LP-aanvraag hebben gegeven, oordeelt de rechtbank dat er nog steeds voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.
  2. Verzwaarde belangenafweging en medewerking van eiser
    • De rechtbank stelt vast dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer en meerdere keren heeft geweigerd om zich te laten presenteren aan de Gambiaanse autoriteiten.
    • Op vier geplande momenten heeft eiser geweigerd om aan een fysieke presentatie deel te nemen. Ook heeft hij op 11 december 2024 geweigerd om met de minister in gesprek te gaan over zijn vertrek.
    • De rechtbank benadrukt dat eiser een actieve medewerkingsplicht heeft bij zijn terugkeer en dat hij deze tot op heden niet is nagekomen. Zijn weigerachtige houding wordt hem zwaar aangerekend.
    • Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten aangedragen die erop wijzen dat de Gambiaanse autoriteiten in zijn geval geen LP zullen verstrekken als hij wél meewerkt aan de presentatie.
    • Onder deze omstandigheden kan de minister niet volledig verantwoordelijk worden gehouden voor de voortduring van de bewaring.
  3. Opschaling en beoordeling bij toekomstig beroep
    • De rechtbank plaatst een kanttekening bij de geplande opschaling in januari 2025 en merkt op dat de minister ter zitting niet heeft kunnen concretiseren welke extra stappen zullen worden genomen.
    • De rechtbank acht het van groot belang dat de minister uiterlijk eind januari 2025 de geplande opschaling concretiseert en uitvoert, waarbij de nieuwe maatregelen zwaarder moeten zijn dan de acties die eerder zijn ondernomen.
    • Indien eiser opnieuw beroep instelt, zal de rechtbank toetsen of de minister tijdig en adequaat heeft opgeschaald en of al het mogelijke is gedaan om een reactie van de Gambiaanse autoriteiten te verkrijgen.
  4. Evenredigheidsbeginsel en alternatief voor bewaring
    • Voorafgaand aan het verlengingsbesluit heeft een verzwaarde belangenafweging plaatsgevonden.
    • De rechtbank oordeelt dat, ondanks de lange duur van de bewaring, het belang van de minister bij voortzetting zwaarder weegt dan het belang van eiser om zijn LP-aanvraag in vrijheid af te wachten.
    • Vanwege het aanhoudende risico op onttrekking acht de rechtbank een lichter middel dan bewaring niet passend.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond.
  • Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft gehandhaafd.
  • Schadevergoeding: Afgewezen.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder