Onderzoek te laat gesloten, vormfout: zicht uitzetting. Beroep ongegrond

Bewaring – Zicht op uitzetting naar Marokko – ECLI:NL:RBDHA:2025:617

Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 20 januari 2025 | NL25.537 | Bewaring – Voortvarend handelen – Zicht op uitzetting – Termijnoverschrijding | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, geboren in 1992, is op 15 november 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2025 gesloten zonder zitting.

Eiser stelt dat:

  1. Het vooronderzoek te laat is gesloten en daarmee de procedure niet correct is verlopen.
  2. De minister onvoldoende voortvarend handelt in het uitzettingstraject.
  3. Er geen zicht op uitzetting naar Marokko bestaat, aangezien al drie maanden geen laissez-passer (LP) is afgegeven.

Overwegingen Rechtbank

  1. Termijnoverschrijding bij sluiten van het vooronderzoek
    • Volgens artikel 96, eerste lid, Vw moet het vooronderzoek binnen een week na ontvangst van het beroepschrift worden gesloten. In deze zaak had dat uiterlijk 13 januari 2025 moeten gebeuren.
    • Het vooronderzoek is pas op 15 januari 2025 gesloten, waardoor sprake is van termijnoverschrijding.
    • De rechtbank overweegt echter dat de uitspraak binnen 21 dagen na het instellen van beroep is gedaan, conform de norm van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
    • De rechtbank ziet daarom geen reden om de bewaring op grond van de termijnoverschrijding als onrechtmatig te beschouwen.
  2. Voortvarend handelen van de minister
    • Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, omdat sinds 14 december 2024 geen rappel naar de Marokkaanse autoriteiten is gestuurd.
    • Uit de stukken blijkt echter dat de minister op 24 december 2024 wél heeft gerappelleerd en op 13 januari 2025 een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd.
    • De rechtbank overweegt dat de minister op korte termijn opnieuw zal rappelleren.
    • Gezien deze inspanningen concludeert de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend handelt.
  3. Zicht op uitzetting naar Marokko
    • Eiser betoogt dat er geen zicht op uitzetting bestaat, omdat de Marokkaanse autoriteiten al drie maanden geen laissez-passer (LP) hebben verstrekt.
    • De rechtbank overweegt dat in het algemeen zicht op uitzetting naar Marokko bestaat en dat geen objectieve aanwijzingen bestaan dat dit in het geval van eiser anders is.
    • Dat er nog geen LP is afgegeven, betekent niet dat de Marokkaanse autoriteiten deze binnen een afzienbare termijn niet zullen verstrekken.
    • Eiser heeft in het vertrekgesprek van 13 januari 2025 verklaard niet terug te willen naar Marokko en heeft een afwachtende houding aangenomen.
    • Omdat eiser niet volledig en actief meewerkt aan zijn uitzetting, kan niet gesteld worden dat geen zicht op uitzetting bestaat.
  4. Evenredigheidsbeginsel en lichter middel
    • De rechtbank ziet geen reden om te concluderen dat de bewaring onevenredig bezwarend is geworden.
    • Een lichter middel dan bewaring is niet passend, gezien het risico op onttrekking.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond.
  • Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft gehandhaafd.
  • Schadevergoeding: Afgewezen.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder