Geen uitzettingshandelingen tijdens lopende vovo – geen toetsing bewaringsrechter

Uitzettingshandelingen strikt verboden zolang vovo niet is afgewezen – geen opheffing – ECLI:NL:RBDHA:2025:2545

Rb. Den Haag (zp Zwolle) | 18-02-2025 | NL25.4677 | Bewaring | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

De minister heeft op 6 november 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Op 12 december 2024 is eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is de bewaring verlengd met ten hoogste drie maanden.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft de zaak op 13 februari 2025 ter zitting behandeld.

Eiser stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en geboren te zijn op [geboortedatum].

Overwegingen Rechtbank

  1. Reikwijdte van de beoordeling
    1. De rechtbank heeft de maatregel al eerder getoetst en in de uitspraak van 25 november 2024 (NL24.43748) geoordeeld dat de bewaring tot dat moment rechtmatig was.
    1. De beoordeling in dit beroep beperkt zich tot de periode vanaf 18 november 2024.
  2. Effect van lopende rechtsmiddelen op uitzettingshandelingen
    1. Eiser betoogt dat hij, gedurende zijn beroep en verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag, rechtmatig verblijf heeft.
    1. Hij stelt dat de minister in strijd met Unierechtelijke bescherming uitzettingshandelingen heeft verricht door een laissez-passeraanvraag (lp-aanvraag) naar de Nigeriaanse autoriteiten te sturen en identiteitsgegevens te delen via de Immigration Liaison Officer (ILO).
    1. Volgens eiser mocht de minister geen contact leggen met de Nigeriaanse autoriteiten zolang zijn rechtsmiddel nog in behandeling was.
  3. Standpunt minister
    1. De minister stelt dat hij niet verplicht is om af te zien van uitzettingshandelingen en verwijst naar paragraaf A3/4.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), waarin staat dat identiteitsonderzoek en presentaties bij consulaten mogen plaatsvinden zodra de asielaanvraag is afgewezen.
    1. De minister wijst erop dat een vreemdeling hoger beroep kan instellen na een afwijzende uitspraak van de rechtbank en dat hij herhaalde asielaanvragen kan indienen. Volgens de minister zou een verbod op uitzettingshandelingen betekenen dat een vreemdeling eindeloos zijn uitzetting kan traineren.
  4. Oordeel rechtbank over het Unierechtelijke verbod op uitzettingshandelingen
    1. De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte contact heeft gelegd met de Nigeriaanse autoriteiten.
    1. Volgens het arrest Gnandi (ECLI:EU:C:2018:465) en de Afdelingsuitspraak van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3442) heeft een vreemdeling die beroep instelt en een voorlopige voorziening verzoekt, rechtmatig verblijf tot op het verzoek is beslist.
    1. Het Unierecht verzet zich niet tegen alle uitzettingshandelingen tijdens deze periode, maar wel tegen handelingen die de effectiviteit van het rechtsmiddel aantasten.
    1. Het verzenden van een lp-aanvraag en het delen van identiteitsgegevens met de Nigeriaanse autoriteiten tasten de effectiviteit van het rechtsmiddel aan, omdat eiser juist bescherming zoekt tegen diezelfde autoriteiten.
  5. Beleid in paragraaf A3/4.3 Vc buiten toepassing
    1. De rechtbank oordeelt dat paragraaf A3/4.3 van de Vc buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met het Unierecht.
    1. Contact met de autoriteiten van het land van herkomst is pas toegestaan na afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
    1. De minister heeft daarom ten onrechte gehandeld door al vóór dat moment gegevens met Nigeria te delen.
  6. Geen onrechtmatigheid van de bewaring
    1. De rechtbank oordeelt dat de bewaring zelf niet onrechtmatig is geworden door het verboden contact met de Nigeriaanse autoriteiten.
    1. De presentatie in persoon is geannuleerd en het delen van identiteitsgegevens raakt primair de asielprocedure.
    1. Indien eiser meent dat hiermee het non-refoulement-beginsel is geschonden, dient hij dit in de asielprocedure aan te vechten.
  7. Omzetting van de bewaring
    1. Op 12 februari 2025 is het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
    1. Eiser betoogt dat de minister zijn bewaring had moeten omzetten naar een andere grondslag.
    1. De rechtbank stelt dat dit volgens vaste rechtspraak (ECLI:NL:RVS:2017:504) binnen twee dagen dient te gebeuren. Aangezien de termijn op de zittingsdag nog niet was verstreken, is er geen sprake van onrechtmatigheid.
  8. Ambtshalve toetsing
    1. De rechtbank ziet ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
  • Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
  • Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder