Dublin, voortvarendheid, medewerkingsverplichting – ECLI:NL:RBDHA:2025:1801
Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 03-02-2025 | NL25.2171 | Bewaring | Beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de minister aan eiseres en haar minderjarige dochter een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres heeft beroep ingesteld, tevens aan te merken als een verzoek om schadevergoeding.
De minister heeft de maatregel op 23 januari 2025 opgeheven. De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2025 ter zitting behandeld. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde; de minister door zijn gemachtigde.
Eiseres en haar dochter zijn van Ugandese nationaliteit en geboren in respectievelijk 2000 en 2016.
Overwegingen Rechtbank
- Beperkte beoordeling wegens opheffing bewaring
- Omdat de maatregel al is opgeheven, beperkt de rechtbank zich tot de vraag of de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of schadevergoeding moet worden toegekend.
- Lichter middel
- Eiseres stelt dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, omdat zij zich wel aan haar meewerkplicht hield.
- De minister heeft na 18 december 2024 geen actie meer ondernomen om haar over te dragen aan Duitsland, terwijl zij pas in bewaring werd gesteld op 16 januari 2025.
- Onvoldoende motivering van bewaring
- De rechtbank overweegt dat eiseres een meewerkplicht had en geen vertrekplicht. De minister had voorafgaand aan de bewaring inspanningen moeten verrichten om de overdracht te realiseren.
- Omdat de minister tussen 18 december 2024 en 16 januari 2025 geen stappen heeft ondernomen, is eiseres geen kans geboden om vrijwillig mee te werken. De minister mocht haar dit niet tegenwerpen.
- Onrechtmatigheid en schadevergoeding
- De rechtbank concludeert dat de bewaring vanaf het moment van oplegging onrechtmatig was.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is gegrond.
- Gevolgen: De bewaring was vanaf het begin onrechtmatig.
- Proceskosten: De minister wordt veroordeeld in de proceskosten.
- Schadevergoeding: De rechtbank kent schadevergoeding toe wegens 8 dagen onrechtmatige bewaring voor eiseres en haar dochter.