Aanmelding COA is geen ‘ondubbelzinnige asielaanvraag’

Geen herhaalasielaanvraag, aanknopingspunten Dublin, artikel 59a Vw – ECLI:NL:RBDHA:2025:4883
Rb. Den Haag (zp Groningen) | 25-03-2025 | NL25.11730 | Bewaring – Geen blijk van nieuwe asielaanvraag, maatregel rechtmatig | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Egyptische nationaliteit, is op 11 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, lid 1, Vw. Hij stelt dat Nederland verantwoordelijk is geworden voor zijn asielaanvraag van 30 december 2024, waardoor geen overdracht meer kan plaatsvinden. Hij betwist ook de ophouding en stelt dat geen geldige Dublinclaim bestond ten tijde van de maatregel. Er is beroep en een verzoek om schadevergoeding ingesteld.

Overwegingen Rechtbank

  • Geen nieuwe asielaanvraag: Eiser stelde dat zijn melding bij het COa op 30 december 2024 als asielaanvraag moest gelden. De rechtbank volgt dit niet: er is geen uiting van een asielwens gedaan, noch blijkt daarvan uit systemen of uit verklaringen tijdens vertrekgesprekken. De termijn van artikel 23(2) Dublinverordening is daarom niet van toepassing.
  • Ophouding op juiste grondslag: Eiser had geen rechtmatig verblijf meer sinds zijn vertrek met onbekende bestemming op 16 augustus 2024. Een nieuwe melding herleeft dat verblijf niet. De ophouding op grond van artikel 50, derde lid, Vw was rechtmatig.
  • Dublinclaim: Uit Eurodac blijkt dat eiser op 8 maart 2023 in Duitsland asiel aanvroeg. Een terugnameverzoek van Nederland van 5 mei 2024 werd op 5 juni 2024 geaccepteerd. Op 13 maart 2025 diende Nederland een nieuw verzoek in, dat aanvankelijk werd afgewezen wegens ontbrekende Eurodac-resultaten. Op 19 maart 2025 volgde een heroverwegingsverzoek. De rechtbank acht dit voldoende voor het bestaan van concrete aanknopingspunten voor een overdracht.
  • Gronden maatregel: Eiser betwist gronden 3k niet, en gronden 3a, 3b, 4a, 4c en 4d zijn feitelijk juist en zelfstandig dragend. Grond 3f is ingetrokken.
  • Lichter middel: Eerder toegepaste meldplicht en VBL-plaatsing hebben niet tot vertrek geleid. Gezien het onttrekkingsrisico is bewaring proportioneel.
  • Zorg en persoonlijke belangen: Geen medische omstandigheden zijn gemeld. Bewaring is niet onevenredig bezwarend.
  • Voortvarendheid: De minister heeft binnen korte tijd een heroverwegingsverzoek ingediend en mag de reactie van Duitsland afwachten. Zicht op overdracht ontbreekt niet.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Gevolgen: Verzoek om schadevergoeding afgewezen
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder