Bewaring – Duur detentie onder 59b Vw niet onrechtmatig – ECLI:NL:RBDHA:2025:6549
Rb. Den Haag (zp Groningen) | 17-04-2025 | NL25.14701 | Tunesische nationaliteit – Volgberoep – Artikel 9 Opvangrichtlijn – Duur bewaring 14 weken | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Tunesische nationaliteit, is op 27 februari 2025 op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring gesteld. Tegen het voortduren van deze maatregel heeft hij beroep ingesteld, en tevens schadevergoeding gevraagd. De maatregel was eerder al getoetst in de uitspraak van 20 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:4484); de rechtbank beoordeelt nu de rechtmatigheid van de maatregel vanaf 14 maart 2025.
Eiser stelt dat zijn detentie disproportioneel is, omdat het beroep tegen het afwijzende asielbesluit pas op 3 juni 2025 wordt behandeld, terwijl hij dan al veertien weken in bewaring is. Hij voert aan dat hiermee artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn is geschonden, waarin is bepaald dat detentie ‘zo kort mogelijk’ moet duren.
Overwegingen Rechtbank
- Artikel 59b, derde lid, Vw voorziet in een wettelijke verlengingsmogelijkheid van maximaal drie maanden als de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder h, Vw.
- Die maximale termijn is op 3 juni 2025 nog niet verstreken. De detentie is daarmee in overeenstemming met de Vw en de Opvangrichtlijn.
- De zaak verschilt wezenlijk van de Amsterdamse uitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2025:310), waarin géén wettelijke verlengingsmogelijkheid bestond.
- De minister heeft zich aantoonbaar ingespannen om de behandeling van het beroep te vervroegen. De rechtbank wijst erop dat dit verzoek is afgewezen om organisatorische redenen aan de zijde van de rechtbank.
- De Afdeling heeft in haar uitspraak van 28 juni 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2639) geen concrete bovengrens gegeven aan de termijn van bewaring onder artikel 9 Opvangrichtlijn.
De rechtbank ziet geen gronden om aan te nemen dat de maatregel in de relevante periode onrechtmatig is geweest.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskosten: Geen vergoeding
Noten
• ECLI:NL:RBDHA:2025:4484
• ECLI:NL:RBAMS:2025:310
• ECLI:NL:RVS:2024:2639
• Vw 2000 – artikel 59b lid 3
• Vw 2000 – artikel 8 onder h
• Opvangrichtlijn – artikel 9 lid 1