Bewaring – Grondslag 59a Vw – Gepland voortraject en handboeien – ECLI:NL:RBDHA:2025:8731
Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 19-05-2025 | NL25.20515 | Beroep gegrond, schadevergoeding en proceskosten toegekend
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit (geb. [2002]), is op 1 mei 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw, na afloop van zijn Dublinzitting. Hij stelde beroep in en vroeg om schadevergoeding. De bewaring is op 12 mei 2025 opgeheven.
Overwegingen Rechtbank
- Voortraject: handboeien en gestelde planning
Eiser stelde dat direct na zijn Dublinzitting op het station een inbewaringstelling was gepland, en dat hij zonder noodzaak in handboeien was geplaatst. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van handboeien gerechtvaardigd was: uit het proces‑verbaal (M105) bleek dat hij zeer emotioneel was en mogelijk suïcidaal — een reëel gevaar volgens artikel 22 Ambtsinstructie. Daarnaast was het plausibel dat hij herkend werd door AVIM en niet doelbewust geënterd, en dat de Dublinuitspraak nog niet goldt als belemmering voor bewaring. - Grondslag maatregel – 59a Vw ondanks vernietigd overdrachtsbesluit
Eiser voerde aan dat na vernietiging van het overdrachtsbesluit (8 mei 2025) de rechtvaardiging voor bewaring verdween. De rechtbank verwierp dit: voor toepassing van artikel 59a Vw is een onderliggend aanknopingspunt op overdracht volgens de Dublinverordening (EU nr. 604/2013) voldoende aanwezig. Dat werd vastgesteld vanwege een claimakkoord met Duitsland d.d. 23 december 2024. De vernietiging van het overdrachtsbesluit veranderde dat niet. - Gronden van de maatregel
Verweerder baseerde de maatregel op verschillende zware gronden (o.a. 3a, 3b, 3d, 3k) en lichte gronden (4a t/m 4e). De rechtbank verwierp ter zitting gronden 3b, 3d en 4e. De zware grond 3a (illegale binnenkomst) werd als terecht beoordeeld, ondanks gelijkaardige situatie van partner — het beroep op gelijkheid faalde. De lichte gronden 4a–4d waren voldoende onderbouwd. Grond 3k hoefde niet beoordeeld te worden. - Lichter middel en medische omstandigheden
De rechtbank vond bewaring passend, ondanks medische klachten. Een GGD-arts had eiser beoordeeld, bewaring bood continu observatie en toegang tot geestelijke gezondheidszorg. Interne rapportages van COa en DT&V ondersteunden dit, en recente informatie (laatste notitie op 27 maart 2025) was beschikbaar. - Onrechtmatigheid vanaf 8 mei 2025
De rechtbank oordeelt dat, gezien de vernietiging van het overdrachtsbesluit op 8 mei, de maatregel vanaf die datum onrechtmatig werd. Bewaring had toen beëindigd moeten worden, maar gebeurde pas op 12 mei.
Conclusie en Gevolgen
- Beroep gegrond
- Bewaring onrechtmatig vanaf 8 mei 2025
- Schadevergoeding: € 500 (5 dagen × € 100)
- Proceskostenvergoeding: € 1.814 (te betalen aan rechtsbijstandverlener)
Noten