Somaliër met Keniaans paspoort: asielberoep ongegrond, bewaring niet opgeheven


Asiel – Keniaans paspoort niet onderzocht, motiveringsgebrek gepasseerd – ECLI:NL:RBDHA:2025:12154

Rb. Den Haag | 15-05-2025 | NL25.13514 & NL25.13515 | Beroep ongegrond, verzoek voorlopige voorziening afgewezen, proceskostenvergoeding

Feiten en Procesverloop
Eiser, geboren in 1997 en naar eigen zeggen van Somalische nationaliteit, diende op 1 maart 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag op 16 maart 2025 in de algemene procedure af als kennelijk ongegrond. Daarbij werd eiser een inreisverbod opgelegd.
Eiser stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De zitting vond plaats op 24 april 2025 te Den Haag. De zaak werd gelijktijdig behandeld met NL25.13512 en NL25.13513.

Asielrelaas
Eiser verklaarde dat hij een Keniaans paspoort via een reisagent had gekocht, maar dat hij zelf de Somalische nationaliteit bezit. Hij vreest bij terugkeer naar Somalië voor Al-Shabaab, vanwege bedreigingen en rekruteringspogingen. Bij terugkeer naar Kenia stelt hij geen bestaan te kunnen opbouwen omdat hij de taal niet spreekt. Hij heeft het Keniaanse paspoort tijdens de reis naar Nederland weggemaakt.

Standpunt verweerder
Verweerder hield vast aan de Keniaanse nationaliteit van eiser, gebaseerd op het gebruik van een Keniaans paspoort bij zijn reis naar Nederland, met ondersteunende reisdocumenten (visum, vliegticket). Daarmee was volgens verweerder geen sprake van vervolgings- of beschermingsgronden. Het verzoek werd afgewezen als kennelijk ongegrond wegens misleiding omtrent identiteit en nationaliteit (artikel 30b, eerste lid, onder c, Vw).

Beoordeling rechtbank

  • Authenticiteit paspoort: De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte zonder nader onderzoek was uitgegaan van de Keniaanse nationaliteit, nu het paspoort niet op authenticiteit was onderzocht. Dit leverde een motiveringsgebrek op.
  • Passeren motiveringsgebrek: Dit gebrek werd gepasseerd, omdat eiser onvoldoende inspanningen had geleverd om via de Keniaanse autoriteiten duidelijkheid te verkrijgen. De enkele e-mail aan de ambassade van 16 april 2025 was onvoldoende en niet duidelijk gericht aan de juiste instantie. Door het paspoort te vernietigen had eiser bovendien verder onderzoek bemoeilijkt.
  • Somalische documenten: De overgelegde Somalische documenten en verklaringen waren onvoldoende om de Keniaanse nationaliteit te weerleggen. Mogelijk kan eiser zowel Keniaans als Somalisch zijn.
  • Overige gronden: Over een mogelijke terugkeer naar Kenia werd geen inhoudelijk oordeel gegeven, nu eiser hierover geen beroepsgronden had aangevoerd.
  • Bewaring: Eiser betoogde dat de inbewaringstelling moest worden opgeheven, maar dit valt buiten de beoordeling van deze asielzaak. De rechtbank verwees naar de eerdere afzonderlijke bewaringsprocedure (ECLI:NL:RBDHA:2025:4730).

Conclusie en Gevolgen

  • Beroep ongegrond
  • Verzoek voorlopige voorziening afgewezen
  • Proceskostenvergoeding €2.721 totaal (waarvan €1.814 in beroep, €907 in voorlopige voorziening)

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder