HB: strafdetentie, week lang niet voortvarend. Geen opheffing

Bewaring – Schending inspanningsverplichting – Belangenafweging – Proceskostenvergoeding – ECLI:NL:RVS:2025:2131
ABRvS | 14-05-2025 | NL24.51822 | Hoger beroep gegrond; uitspraak rechtbank deels vernietigd; proceskostenvergoeding toegekend (€3.174,50)

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 26 december 2024 is appellant in bewaring gesteld na afloop van zijn strafrechtelijke detentie. De rechtbank Den Haag (zp Middelburg) verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in.

Overwegingen Afdeling

Partijen zijn het erover eens dat de minister zijn inspanningsverplichting heeft geschonden door geen uitzettingshandelingen te verrichten voorafgaand aan het einde van de strafrechtelijke detentie. De Afdeling overweegt dat zo’n schending niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de maatregel, maar dat een belangenafweging vereist blijft (ECLI:NL:RVS:2020:764).

De rechtbank had ten onrechte laten meewegen dat appellant geen concrete aanknopingspunten had aangedragen waaruit zou blijken dat eerdere overdracht aan Roemenië mogelijk was geweest. Het is aan de minister om zich tijdig en actief in te spannen voor uitzetting; de feitelijke inspanningen zijn bepalend, niet de hypothetische uitkomst bij beter handelen.

De minister heeft toegelicht dat pas op 20 december 2024 zekerheid bestond over de exacte einddatum van de strafrechtelijke detentie, waarna op 27 december een uitzettingshandeling werd verricht. De periode waarin de inspanningsverplichting niet werd nagekomen bleef daarmee beperkt tot zeven dagen. Gelet op het feit dat appellant tot ongewenst vreemdeling is verklaard, diverse strafbare feiten heeft gepleegd en expliciet aangaf niet te willen terugkeren naar Roemenië, mocht de minister het belang van bewaring zwaarder laten wegen.

De rechtbank heeft echter ten onrechte geen proceskostenvergoeding toegekend ondanks het geconstateerde gebrek. In zoverre is het hoger beroep gegrond.

Conclusie en Gevolgen

Uitspraak: Hoger beroep gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd voor zover geen proceskostenvergoeding is toegekend; proceskostenvergoeding alsnog toegekend (€3.174,50); voor het overige wordt de uitspraak bevestigd.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder