Alleen arbeidscontract bewijst niet vertrek uit Nederland

EU-burger Roemenië; verblijf NL niet effectief beëindigd, uitwijzingsbeschikking 2023 van kracht: beroep ongegrond

Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 29-01-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:2142 | NL26.3707 | Vreemdelingenrecht (art. 59 Vw; EU-burger) | Beroep ongegrond

Feiten en procesverloop

Art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw, 18-1-2026. Beschikking 1-6-2023: eiser heeft geen rechtmatig verblijf meer op grond van het Unierecht. Eiser is op 31-8-2023 naar Roemenië uitgezet. Stelt feitelijk in Roemenië gewoond (arbeidsovereenkomst, avondschool), maar heeft dit onvoldoende bewezen (geen salarisspecificaties/bankafschriften) → beschikking nog van kracht → onrechtmatig verblijf. Gronden: zwaar 3b, 3c (minister liet 3i en licht 4e ter zitting vallen) + licht 4a, 4d; 3b en 3c gezamenlijk dragend.

Overwegingen rechtbank

– Effectief verblijf Roemenië niet aangetoond: ontbrekende salarisspecificaties en bankafschriften zijn onvoldoende om daadwerkelijk en effectief verblijf buiten Nederland te onderbouwen; beschikking 2023 is daardoor nog van kracht (ECLI:NL:RVS:2020:829).

– Lichter middel — afgewezen: eiser heeft verklaard naar België te willen gaan; zijn zus in Nieuwegein is geen vaste verblijfplaats en van wederzijdse afhankelijkheid is niet gebleken. Maagklachten meegewogen maar maken bewaring niet onevenredig.

Conclusie en gevolgen

  • – Beroep ongegrond.
  • – Schadevergoeding: afgewezen.
  • – Proceskosten: geen veroordeling.

Noten

1. ECLI:NL:RVS:2020:829 — ABRvS 2020: zware gronden 3b en 3c kunnen gezamenlijk de bewaringsmaatregel dragen.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder