Bewaring – Polen – ECLI:NL:RBDHA:2025:9861
Rechtbank Den Haag | zp Rotterdam | 04-06-2025 | NL25.23863 | Bewaring (art. 59 Vw) | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
- Maatregel: Bij besluit van 26 mei 2025 is aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
- Nationaliteit: De nationaliteit van eiser is niet expliciet vermeld, maar de uitspraak maakt melding van een tolk Pools en een geplande uitzetting naar Polen.
- Hoorrecht en Transport: Eiser kon niet fysiek ter zitting verschijnen omdat het transport vanuit het Detentiecentrum Rotterdam was geannuleerd vanwege zijn uitzetting later die dag. Eiser is uiteindelijk telefonisch gehoord.
- Standpunt Eiser: Eiser betwist één van de zware gronden (3a) en stelt dat hij op de juiste wijze is ingereisd met een geldig identiteitsbewijs.
Overwegingen Rechtbank
- Recht om te worden gehoord: De rechtbank oordeelt dat door het telefonisch horen is voldaan aan de verplichting uit artikel 94, vierde lid, van de Vw. De gemachtigde van eiser had vooraf toestemming gegeven om eiser buiten zijn aanwezigheid telefonisch te horen.
- Bewaringsgronden: * Zware gronden: Verweerder legde de gronden 3a (onregelmatige binnenkomst), 3b (onttrekking aan toezicht) en 3c (niet-naleving vertrektermijn) ten grondslag aan de maatregel.
- Lichte gronden: De gronden 4c (geen vaste woon- of verblijfplaats) en 4d (onvoldoende middelen van bestaan) zijn eveneens opgelegd.
- Oordeel: De gronden 3b, 3c, 4c en 4d zijn door eiser niet betwist. Deze onbestreden gronden kunnen de maatregel zelfstandig dragen omdat daaruit een risico op onttrekking blijkt. De betwiste grond 3a behoeft daarom geen bespreking.
- Ambtshalve toetsing: Conform het arrest van het Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2022:858) heeft de rechtbank de maatregel ambtshalve getoetst en geen onrechtmatigheden vastgesteld.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
- Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft rechtmatig tot het moment van sluiten van het onderzoek.
- Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep kan worden ingesteld bij de ABRvS binnen één week na de dag van bekendmaking.
Noten
- ECLI:EU:C:2022:858 (Ambtshalve toetsing bewaring)
- Vreemdelingenwet 2000 (art. 59, 94)