LP ongeldig (?) en slordig PV staandehouding: ongegrond

Bewaring – Dublin-laissez-passer na eerdere onttrekking – ECLI:NL:RBDHA:2025:14042

Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 15-07-2025 | NL25.28615 | Bewaring | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2025 heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd. Eiser kwam op 27 juni 2025 om 13.49 uur per vliegtuig aan en werd om 14.10 uur opgehouden. De minister hanteerde een Dublin-laissez-passer van 8 april 2024.

Eiser betoogt dat zijn overdracht naar Nederland vanuit Zwitserland onrechtmatig was. Het Dublin-lp is afgegeven op 8 april 2024 en de overdracht heeft plaatsgevonden op 27 juni 2025. Op dat moment was het Dublin-lp volgens eiser niet meer geldig, wat de overdracht onrechtmatig maakt. Eiser stelt dat de onrechtmatige Dublinoverdracht tot gevolg heeft dat alle opvolgende stappen, waaronder de maatregel van bewaring, eveneens onrechtmatig moeten worden geacht.

Eiser voert aan dat in het ‘proces-verbaal staandehouding/overbrenging/ophouding’ (M105) niet is vermeld op welke datum en tijd hij is staande gehouden en dat niet is aangekruist dat hij in het bezit was van een Dublin-laissez-passer (lp). Gelet hierop is de staandehouding, en in het verlengde daarvan de maatregel van bewaring, volgens eiser onrechtmatig.

Eiser had zich eerder aan toezicht onttrokken door met onbekende bestemming te vertrekken uit zijn eerdere asielprocedure. Eiser bezat geen documenten, had geen vaste woon- of verblijfplaats en had niet voldaan aan zijn vertrekplicht uit het besluit van 11 januari 2023.

Overwegingen Rechtbank

De rechtbank overweegt dat voor zover de Dublinoverdracht naar Nederland al onrechtmatig zou zijn geweest, dit de staandehouding, ophouding en maatregel van bewaring niet onrechtmatig maakt. Na eisers overdracht aan Nederland, waarvan de rechtmatigheid niet in deze procedure kan worden beoordeeld, is de Dublinprocedure afgerond, is er in Nederland een nieuwe situatie ontstaan en werd voldaan aan de voorwaarden voor staandehouding

De rechtbank stelt vast dat het proces-verbaal M105 inderdaad de door eiser genoemde onvolkomenheden bevat. Dit is weliswaar slordig, maar maakt de staandehouding, en de daarop volgende maatregel van bewaring, naar het oordeel van de rechtbank niet onrechtmatig. De ontbrekende gegevens in het proces-verbaal zijn namelijk in voldoende mate af te leiden uit de overige inhoud van het proces-verbaal.

De rechtbank stelde vast dat eiser zich eerder aan toezicht had onttrokken, hetgeen een fors risico op onttrekking aan toezicht opleverde. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt had gesteld dat geen lichter middel doeltreffend kon worden toegepast. De combinatie van factoren – eerdere onttrekking, geen documenten, geen vaste verblijfplaats, niet-nakoming vertrekplicht – rechtvaardigde de keuze voor bewaring in plaats van een lichter middel zoals meldplicht.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
  • Gevolgen: De maatregel van bewaring was rechtmatig opgelegd.
  • Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
  • Proceskosten: Geen vergoeding.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder