23 jaar oude strafzaak: geen actueel gevaar openbare orde

Bewaring – Actueel gevaar openbare orde – ECLI:NL:RBDHA:2025:13007

Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 08-07-2025 | NL25.28633 | Bewaring | Beroep gegrond | ECLI:NL:RBDHA:2025:13007

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Turkse nationaliteit (geboren in 1973), is op 27 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van Vreemdelingenwet 2000, artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder d.

Eiser voert aan dat in de maatregel onvoldoende is gemotiveerd dat er in zijn geval sprake is van een actueel gevaar voor de openbare orde. De feiten waarvoor eiser is veroordeeld zijn meer dan 20 jaar oud. Sindsdien is eiser niet meer in aanraking gekomen met justitie. Omdat er geen actueel gevaar voor de openbare orde is, is de maatregel op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw onrechtmatig opgelegd.

De minister stelt zich op het standpunt dat de bewaring terecht op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw is opgelegd en dat in de maatregel voldoende is gemotiveerd dat in eisers geval sprake is van een actueel gevaar voor de openbare orde. De minister voert daartoe aan dat de maatregel in samenhang moet worden gelezen met het terugkeerbesluit en het inreisverbod van 15 januari 2025. Ter zitting heeft de minister gewezen op het feit dat in de maatregel is overwogen dat eiser gedurende tien jaar in Turkije heeft verbleven om zijn straf te ontlopen. Ook is in de maatregel overwogen dat eiser door het plegen van de strafbare feiten schade aan de Nederlandse samenleving heeft veroorzaakt. Daarnaast heeft de minister de ernst van de gepleegde feiten benadrukt en daarvoor verwezen naar de motivering in het terugkeerbesluit en inreisverbod van 15 januari 2025.

Overwegingen Rechtbank

Voor een bewaringsmaatregel op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw dient verweerder te motiveren dat en waarom de persoonlijke gedragingen van de desbetreffende vreemdeling een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde vormen. Hierbij mag niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar een veroordeling om dat gevaar te motiveren. Het verwijzen naar het tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod volstaat evenmin. De minister moet motiveren dat en waarom de redenen die hebben geleid tot het tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod ook een bewaring krachtens artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw rechtvaardigen, waarbij niet kan worden volstaan met een verwijzing naar de antecedenten van de vreemdeling.

De rechtbank oordeelt dat de minister in de maatregel onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er in eisers geval sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. In de maatregel is overwogen dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde met een verwijzing naar eisers veroordeling voor gepleegde strafbare feiten in 2002. Tevens is overwogen dat eiser – wederom met een verwijzing naar eisers antecedenten – door het plegen van de misdrijven een daadwerkelijk en actueel gevaar is voor de openbare orde, ondanks de omstandigheid dat de strafbare feiten al een aanzienbare tijd geleden zijn gepleegd. Uit de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling volgt echter dat een enkele verwijzing naar de gepleegde strafbare feiten niet volstaat om het actuele en voldoende ernstige gevaar te motiveren. De stelling ter zitting dat de maatregel van bewaring in samenhang moet worden gelezen met het terugkeerbesluit en inreisverbod slaagt niet. Het is aan de minister om in de maatregel van bewaring voldoende onderbouwing te geven voor de maatregel. Daarbij komt dat uit de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling volgt dat de minister ook niet kan volstaan met een verwijzing naar het tegen eiser uitgevaardigde inreisverbod.

Voor zover de minister ter zitting heeft verwezen naar de motivering in de maatregel dat eiser zich gedurende tien jaren in Turkije heeft opgehouden (tot 2019) om zijn (inmiddels uitgezeten) straf in Nederland te ontlopen en naar de motivering in de maatregel dat eiser door het plegen van de strafbare feiten schade aan de Nederlandse samenleving heeft veroorzaakt, is de rechtbank van oordeel dat daarmee onvoldoende kenbaar is gemotiveerd waarom deze persoonlijke gedragingen van eiser een voldoende ernstig en met name actueel gevaar voor de openbare orde vormen. De maatregel is onvoldoende gemotiveerd en is hierdoor onrechtmatig.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is gegrond.
  • Gevolgen: De maatregel van bewaring is vanaf het moment van opleggen daarvan onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 8 juli 2025.
  • Schadevergoeding: Eiser ontvangt een schadevergoeding van € 1.200 voor 12 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming (12 x € 100 voor verblijf detentiecentrum).
  • Proceskosten: De minister is veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814.

Noten

—

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder