ECLI:NL:RBDHA:2025:17990 Rb. Den Haag | zp Groningen | 30-09-2025 | NL25.45045 / NL25.45052 / NL25.45058 / NL25.45062 | Bewaring gezin (art. 59b lid 1 sub b Vw 2000) | Beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Eisers zijn vier gezinsleden van Salvadoraanse nationaliteit (twee ouders en twee minderjarige kinderen). Op 16 september 2025 heeft de minister aan alle vier eisers de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000 (risico op onttrekking aan toezicht in het kader van de asielaanvraag). Op 19 september 2025 heeft de minister de maatregelen opgeheven. De beoordeling beperkt zich daarmee tot de vraag of de tenuitvoerlegging op enig moment onrechtmatig is geweest.
Op 18 augustus 2025 was een staandehouding op het AZC voorzien; eisers waren daar niet aanwezig en hadden zich evenmin gemeld voor de meldplicht, waardoor een geplande vlucht van 25 augustus 2025 geen doorgang kon vinden. Via informatie van het COA verkregen DT&V en AVIM een mogelijk adres; na een adrescontrole werd de moeder op dat adres aangetroffen. Op 16 september 2025 zijn eisers staande gehouden en in bewaring gesteld. Eisers hebben op 17 september 2025 beroep ingesteld; de zitting vond op 26 september 2025 plaats (eisers en gemachtigde niet verschenen).
Overwegingen Rechtbank
1. Staandehouding – rechtmatig
Op grond van artikel 53, eerste lid, Vw 2000 is betreding van een woning zonder toestemming toelaatbaar bij een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De rechtbank acht dit vermoeden aanwezig: de eerdere no-show op het AZC en de informatie van het COA over het betreffende adres, vastgelegd in het aanvullende proces-verbaal van bevindingen en het M105A-formulier, rechtvaardigen de staandehouding.
2. Grondslag bewaring (art. 59b lid 1 sub b Vw 2000) – terecht toegepast
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling – onder meer ECLI:NL:RVS:2018:4011 (ABRvS 6 december 2018) – volgt de rechtsregel dat een deugdelijke motivering van het onttrekkingsrisico tevens gegeven is dat de maatregel noodzakelijk is voor het verkrijgen van gegevens voor de asielbeoordeling. Eisers hebben de b-grond niet betwist.
3. Bewaringsgronden – niet betwist
Grond 3a (onregelmatige binnenkomst) laat de rechtbank onbesproken nu de overige dragende gronden voldoende zijn.
4. Lichter middel – onvoldoende gemotiveerd (grond voor gegrondverklaring)
Op grond van paragraaf A5/1 van de Vreemdelingencirculaire geldt dat vrijheidsontneming beperkt dient te blijven tot het strikt noodzakelijke en dat steeds de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht moeten worden genomen. Paragraaf A5/2.4 Vc vereist bij gezinnen met minderjarigen een versterkte mate van terughoudendheid en een individuele afweging van de belangen van ieder kind, waarbij de medische achtergrond, de leeftijd en de gezinssamenstelling worden meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat de minister hieraan niet heeft voldaan:
- In de maatregelen ten aanzien van de kinderen is tweemaal een identieke standaardoverweging opgenomen, zonder individuele afweging per kind.
- De motivering – dat de kinderen afhankelijk zijn van hun ouders en dus kunnen meevolgen – laat ten onrechte de belangen van de kinderen zelf buiten beschouwing. Uit jurisprudentie van het EHRM over artikel 8 EVRM vloeit voort dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het kind voorrang dienen te hebben.
- De overwegingen over aanpassing in het land van herkomst zien op de terugkeervraag, niet op de bewaarstelling zelf.
De gebrekkige motivering ten aanzien van de kinderen werkt door naar de beoordeling van de ouders, nu de vraag naar het lichter middel onlosmakelijk met het gezin als geheel samenhangt. De beroepen van alle vier eisers zijn dan ook gegrond wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Alle vier beroepen gegrond; maatregelen van bewaring vernietigd.
- Schadevergoeding (art. 106 Vw 2000): € 1.600,– (4 personen × 4 dagen × € 100,– detentiecentrum), te betalen door de griffier. Tarief (ter referentie): € 100/dag detentiecentrum | € 130/dag politiecel of uitzetcentrum met verhoogd regime.
- Proceskosten: € 907,– (samenhangende zaken; 1 punt beroepschrift × € 907,– × wegingsfactor 1; Besluit proceskosten bestuursrecht), te betalen door de minister.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17990 – Hoofduitspraak
- ECLI:NL:RVS:2018:4011 – ABRvS 6 december 2018: rechtsregel: deugdelijke motivering onttrekkingsrisico impliceert ook de b-grond (gegevensverstrekking asielaanvraag)
- Artikel 59b, eerste lid, sub b, Vreemdelingenwet 2000 – Rechtsgrond bewaring asielzoekers wegens onttrekkingsrisico
- Artikel 53, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 – Bevoegdheid betreding woning bij redelijk vermoeden illegaal verblijf
- Artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vreemdelingenbesluit 2000 – Zware en lichte gronden bewaring
- Artikel 8 EVRM – Recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven; belangen van het kind hebben voorrang
- Paragraaf A5/1 en A5/2.4 Vreemdelingencirculaire – Proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel; versterkte terughoudendheid bij gezinnen met minderjarigen
- Artikel 106 Vreemdelingenwet 2000 – Schadevergoeding bij onrechtmatige bewaring
- Besluit proceskosten bestuursrecht – Grondslag proceskostenveroordeling