Raad van State | hoger beroep van Rb. Den Haag zp Rotterdam (02-07-2025, NL25.27103) | 20-11-2025 | ECLI:NL:RVS:2025:5574 | BRS.25.000823 | Vreemdelingenrecht — bewaring; openbaarheidsvereiste uitspraak | Hoger beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Op 18 juni 2025 stelde de minister een vreemdeling in bewaring. De Rechtbank Den Haag (zp Rotterdam) verklaarde het beroep op 2 juli 2025 ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan: (1) de uitspraak was om 07:37 uur gepubliceerd — buiten kantooruren — en daarmee niet openbaar gedaan; (2) een inhoudelijke grief.
Overwegingen Afdeling
- Grief 1 (openbaarheid uitspraak): art. 8:78 Awb staat toe dat bekendmaking aan partijen eerder plaatsvindt dan de openbare uitspraak op dezelfde dag — ratio: het in het openbaar doen van een uitspraak hoeft niet gelijktijdig te geschieden met de bekendmaking aan partijen; bekendmaking en openbare uitspraak mogen op dezelfde dag plaatsvinden.
- Grief 2: verworpen op grond van art. 91 lid 2 Vw 2000 (geen nadere motivering vereist).
- Ambtshalve toetsing: geen reden om bewaring onrechtmatig te achten.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: hoger beroep ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd.
- Gevolgen: bewaring rechtmatig.
- Schadevergoeding: geen.
- PKV: geen.
- Rechtsmiddel: geen.
Noten
- Art. 8:78 Awb — uitspraak in het openbaar; bekendmaking aan partijen mag eerder plaatsvinden op dezelfde dag
- Art. 91 lid 2 Vw 2000 — Afdeling kan grief in vreemdelingenzaken zonder nadere motivering verwerpen