59a-bewaring: geen rol interstatelijk vertrouwensbeginsel

Rb. Den Haag | RECHTBANK DEN HAAG / Zittingsplaats s-Hertogenbosch | 15-04-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:9537 | NL26.18312 | Vreemdelingenrecht (bestuursrecht) | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2026 legde de minister bewaring op (art. 59a lid 1 Vw). Beroep, mede verzoek om schadevergoeding; zitting 14 april 2026 (tolk aanwezig).

Eiser vertrok tijdens zijn asielaanvraag met onbekende bestemming. Slovenië ging op 15 december 2025 akkoord met het terugnameverzoek; overdracht gepland 16 april 2026.

Eiser stelt: onjuiste voorlichting over rechtsbijstand bij het gehoor (alleen fysieke aanwezigheid advocaat genoemd); geen zicht op overdracht (nooit asielaanvraag in Slovenië; risico op pushbacks en schending non-refoulement/art. 3 EVRM); lichter middel had volstaan (geld voor Flixbus, wil terug). De minister betwist dit en stelt dat geen ruimte is voor toetsing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

Overwegingen Rechtbank

  • Zware gronden (art. 5.1b lid 3 Vb): 3a (niet op voorgeschreven wijze binnengekomen/poging) en 3b (enige tijd onttrokken aan toezicht); niet betwist (r.o. 2-2.1). Lichte gronden (lid 4): 4c (geen vaste woon-/verblijfplaats; niet betwist) en 4d (onvoldoende middelen; vermeld, niet afzonderlijk besproken). Ambtshalve toets ECLI:EU:C:2022:858: deze gronden dragen de maatregel. Het rechtsvermoeden van een risico op onderduiken is niet weerlegd: voldoende geld voor een Flixbus-kaartje en de wens terug te gaan volstaan niet; eiser verblijft al geruime tijd en kon vrijwillig terugkeren.
  • Verdedigingsbeginsel (r.o. 3.2): daargelaten of eiser volledig is voorgelicht, is hij niet in zijn belangen geschaad; volgens het M110 proces-verbaal van 1 april 2026 verklaarde hij vóór de mededeling al geen rechtsbijstand te wensen.
  • Zicht op overdracht (r.o. 4.2): de HvJ-EU-arresten van 4 september 2023 [sic; zo in de uitspraak] en 17 oktober 2024 (Ararat, ECLI:EU:C:2024:892; Adrar, ECLI:EU:C:2025:647) gaan over de Terugkeerrichtlijn; deze bewaring berust op de Dublinverordening. ABRvS 20 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4293, r.o. 3.2: de bewaringsrechter is niet bevoegd inhoudelijk te oordelen over de rechtmatigheid van een besluit op een asielaanvraag, dus geen oordeel over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Slovenië; eiser kan dit aanvoeren in een procedure over het niet in behandeling nemen. Gelet op het claimakkoord van 15 december 2025, de garantie dat Slovenië het verzoek behandelt, eisers verklaring dat hij terug wil en de geplande overdracht op 16 april 2026 is er zicht op overdracht.
  • Lichter middel (r.o. 5.2): voldoende gemotiveerd; vertrek met onbekende bestemming, langdurig onrechtmatig verblijf, gelegenheid tot vrijwillig vertrek niet benut.

Conclusie en Gevolgen

Beroep ongegrond; ambtshalve geen onrechtmatigheid (r.o. 6-7); verzoek schadevergoeding afgewezen; geen proceskostenveroordeling. Rechtsmiddel: hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking.

Noten

ECLI:NL:RVS:2023:4293; ECLI:EU:C:2024:892; ECLI:EU:C:2025:647; ECLI:EU:C:2022:858; Vw 2000; Vb 2000

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder