59b gehoor eenzijdig gericht op terugkeer. Gegrond in Roermond

Rb. Den Haag | RECHTBANK DEN HAAG / Zittingsplaats Roermond | 02-04-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:7552 | NL26.15695 | Vreemdelingenrecht (bestuursrecht) | Beroep gegrond; onmiddellijke opheffing

Feiten en Procesverloop

Eiser (Algerijnse nationaliteit, geboren 1992). Op 20 februari 2026 werd hij overgenomen van de Duitse autoriteiten en aansluitend opgehouden en met een maatregel van bewaring op grond van art. 59b lid 1 aanhef en onder a, b en c Vw gesteld, omdat hij een opvolgende asielaanvraag deed. Voorgeschiedenis: eerdere asielaanvraag afgewezen 21 maart 2024; terugkeerbesluit 19 juli 2024; daarna verbleef hij in Duitsland. Zitting 31 maart 2026 (eiser deed afstand van persoonlijk gehoor). Eiser refereerde zich aan het oordeel van de rechtbank. De minister liet in de aanbiedingsbrief weten dat op 7 maart 2026 op de asielaanvraag is beslist, de maatregel met ten hoogste drie maanden is verlengd en art. 59b onder c ten onrechte was opgevoerd.

Overwegingen Rechtbank

  • Zware gronden (art. 5.1b lid 3 Vb): 3a, 3b, 3c, 3d, 3f, 3i. Lichte gronden (lid 4): 4a, 4c, 4d. Onderbouwing per grond niet besproken; wel oordeelt de rechtbank dat 3i niet kan dienen, nu eiser door de opvolgende aanvraag rechtmatig verblijf heeft en geen terugkeerverplichting (r.o. 6).
  • Art. 59b onder c Vw terecht ingetrokken: eiser was overgedragen en niet in bewaring ter verwijdering (r.o. 5).
  • Bij een asielgrond moet het risico worden gemotiveerd dat de vreemdeling zich aan de asielprocedure onttrekt en moet de minister in het gehoor onderzoeken of bewaring noodzakelijk, proportioneel en evenredig is (r.o. 7-8). HvJ-EU 4 oktober 2024, Bouskoura, C-387/24 PPU, ECLI:EU:C:2024:868, punt 46: voor de asielgrond gelden andere vereisten dan voor andere grondslagen (r.o. 7). Richtlijn 2013/33 art. 8 en 9 aangehaald (r.o. 8).
  • Het gehoor (M110) was gericht op terugkeer naar Algerije; geen vragen over asielmotieven of onttrekking aan de asielprocedure; de minister erkende dit ter zitting (r.o. 9-11). Non-refoulementonderzoek hoort in de asielprocedure (r.o. 10).
  • ABRvS 13 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1429 (vernietigt Rb. Den Haag 5 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1898): vragen over terugkeer mogen worden gesteld; het gehoor moet in zijn geheel worden beoordeeld (r.o. 12). De rechtbank volgt dit ten dele: een kruisje bij 59b volstaat niet; het gehoor moet op het doel van de maatregel zijn toegespitst; onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd (r.o. 13-15).
  • Voortvarendheid: eerste handeling pas op de 12e dag (planning 25 februari, gehoor 3 maart, beslissing 7 maart 2026); geen toelichting van de minister; bewijslast bij de minister; zelfstandige reden voor onrechtmatigheid (r.o. 16).

Conclusie en Gevolgen

Beroep gegrond; onmiddellijke opheffing en invrijheidstelling. Schadevergoeding (art. 106 Vw): EUR 4.960 (1 dag x EUR 160 politiecel + 40 dagen x EUR 120 detentiecentrum); geen matiging. Proceskosten EUR 934 (1 punt. Rechtsmiddel: hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking.

Noten

ECLI:EU:C:2024:868; ECLI:NL:RVS:2026:1429; ECLI:NL:RBDHA:2026:1898; Vw 2000; Vb 2000


,

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder