Omzetting M113, 6 minuten tijdsverschil. Niet tijdig? Ongegrond.

Bewaring – M113, Informatieplicht en zicht op uitzetting – ECLI:NL:RBDHA:2025:1102

Rb. Den Haag (zp Groningen) | 30-01-2025 | NL25.1503 | Bewaring – Onrechtmatigheid | Beroep ongegrond, proceskostenvergoeding

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 3 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, Vw. Op 18 januari 2025 werd de bewaring opgeheven omdat eiser werd uitgezet naar Marokko. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding. Het beroep werd op 24 januari 2025 behandeld via beeldverbinding.

Overwegingen Rechtbank

  1. Gronden voor de maatregel van bewaring
    • De rechtbank oordeelt dat de gronden voor de maatregel van bewaring, waaronder onttrekking aan toezicht en belemmering van de uitzetting, voldoende zijn om de maatregel te rechtvaardigen. Eiser heeft deze gronden niet bestreden, en de rechtbank acht ze feitelijk juist.
  2. Omzetting van de maatregel
    • Eiser betoogt dat de minister de maatregel niet tijdig heeft omgezet na zijn asielaanvraag. De rechtbank stelt echter dat de vraag over de omzetting van de voorgaande maatregel nu niet ter beoordeling ligt, aangezien deze maatregel van 19 oktober 2024 niet wordt getoetst in deze procedure.
  3. Tijdelijke onrechtmatigheid door zes minuten
    • Eiser stelt dat er een periode van zes minuten was waarin hij zonder geldige rechtsgrond in bewaring verbleef. De rechtbank oordeelt echter dat de ondertekening van de M113 een administratieve handeling is en niet noodzakelijkerwijs het exacte moment van opheffing van de maatregel markeert. De rechtbank acht dit tijdelijke gebrek niet relevant, aangezien eiser hierdoor niet in zijn belangen is geschaad.
  4. Informatieplicht
    • De rechtbank constateert dat de minister de informatie niet in de juiste vorm heeft verstrekt volgens artikel 5.3 Vb, wat een schending van de informatiewetgeving betreft. Echter, gezien de procedurele rechten van eiser (waaronder het recht op advocaat), wordt deze schending niet als onevenredig bezwarend voor eiser beschouwd. De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging in het voordeel van de minister uitvalt, omdat eiser geen benadeling in zijn rechten heeft ondervonden.
  5. Voortvarendheid in de uitzettingsprocedure
    • De rechtbank volgt de minister in de voortvarendheid van de uitzettingsprocedure. De minister heeft op tijd een vlucht voor eiser aangevraagd, en eiser werd op 18 januari 2025 uitgezet. Dit wordt als voldoende voortvarend beschouwd.
  6. Zicht op uitzetting naar Marokko
    • De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting naar Marokko niet ontbreekt, aangezien de identiteit van eiser reeds door de Marokkaanse autoriteiten werd bevestigd en eiser daadwerkelijk uitgezet werd op 18 januari 2025.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond.
  • Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft gehandhaafd.
  • Schadevergoeding: Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
  • Proceskosten: De minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, bedrag: €1.814.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder