Verzuim verzoek OM bezwaar uitzetting. Beroep gegrond

Rechtbank Den Haag (zp Groningen) | 30-01-2025 | NL25.1506 | ECLI:NL:RBDHA:2025:1111
Bewaring | Niet tijdig omgezet | Schending informatieplicht | Schadevergoeding | Onrechtmatige bewaring

Feiten en Procesverloop
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 10 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. De minister heeft de maatregel opgeheven op 22 januari 2025 nadat eiseres naar Nigeria werd uitgezet. Eiseres heeft beroep ingesteld, tevens als verzoek om schadevergoeding, en de rechtbank heeft het beroep op 24 januari 2025 behandeld. Eiseres stelt dat de maatregel onrechtmatig is vanwege niet-tijdige omzetting van een eerdere bewaring en schending van de informatieplicht.

Overwegingen Rechtbank
De rechtbank oordeelt als volgt:

  • Omzetting maatregel: Eiseres betoogt dat de maatregel niet tijdig is omgezet, omdat de omzetting van de eerdere maatregel pas op 3 januari 2025 plaatsvond, terwijl de grondslag van de bewaring in de tussentijd gewijzigd moest worden. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt, aangezien de eerdere maatregel niet ter toetsing ligt en de huidige maatregel rechtmatig was op het moment van oplegging.
  • Grondslag van de bewaring: De rechtbank oordeelt dat de zware grond 3f (ontdoen van reis- of identiteitsdocumenten) ten onrechte is tegengeworpen. Er was geen bewijs dat eiseres actief haar paspoort (dat in een prullebak gevonden was) had vernietigd. De lichte gronden (geen vaste woonplaats en onvoldoende middelen van bestaan) waren echter voldoende om de maatregel te dragen.
  • Toestemming van het OM: Eiseres stelt dat de minister het Openbaar Ministerie (OM) had moeten vragen om toestemming voor de uitzetting. Dit verzoek is niet gedaan, wat de rechtbank als een schending van de regelgeving beschouwt. De maatregel van bewaring wordt daarom onrechtmatig geacht vanaf 17 januari 2025, de dag waarop de vluchtgegevens bekend werden.
  • Lichter middel: De rechtbank oordeelt dat de minister terecht geen lichter middel dan bewaring heeft toegepast, gezien het risico op onttrekking en het gebrek aan medewerking van eiseres aan haar uitzetting.
  • Voortvarendheid en zicht op uitzetting: De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er zicht op uitzetting naar Nigeria was, ondanks de vertraging in de procedures.

Conclusie en Gevolgen

  • Het beroep is gegrond. De maatregel van bewaring is onrechtmatig vanaf 17 januari 2025.
  • Schadevergoeding van 600,- euro wordt toegekend voor de onrechtmatige tenuitvoerlegging van de bewaring.
  • Proceskostenvergoeding van 1.814,- euro aan eiseres.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder