Bewaring – Voortduren van de maatregel, voortgangsrapportage en zicht op uitzetting – ECLI:NL:RBDHA:2025:1076
Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 27-01-2025 | NL25.1034 | Bewaring – Vervolgberoep – Zicht op uitzetting | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 19 oktober 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, Vw 2000. Dit beroep betreft het voortduren van deze maatregel. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2025 behandeld via beeldverbinding.
Eiser betoogt dat de minister niet tijdig een voortgangsrapportage heeft overlegd, wat volgens hem de maatregel onrechtmatig maakt. Daarnaast stelt hij dat er geen zicht op uitzetting bestaat naar Algerije en dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld in het voorbereiden van zijn uitzetting.
Overwegingen Rechtbank
- Niet tijdig overleggen van de voortgangsrapportage
- Eiser stelt dat de minister de voortgangsrapportage te laat heeft ingediend en verzoekt om de bewaring onrechtmatig te verklaren.
- De rechtbank oordeelt dat het niet naleven van de drie-dagen termijn voor de voortgangsrapportage geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van de maatregel. Eiser kreeg voldoende gelegenheid om op de late rapportage te reageren en de rechtbank heeft de zaak binnen de gestelde termijn behandeld.
- De beroepsgrond slaagt dus niet.
- Zicht op uitzetting naar Algerije
- Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije, omdat zijn dossier incompleet zou zijn en hij geen identiteitsdocumenten heeft.
- De rechtbank volgt eiser niet. Er is geen bewijs dat de Algerijnse autoriteiten geen LP voor eiser zullen verstrekken. De minister heeft recent nog gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten en eiser heeft geen stappen ondernomen om aan identiteitsdocumenten te komen.
- De rechtbank oordeelt dat er dus zicht op uitzetting naar Algerije is.
- Voortvarend handelen van de minister
- Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld in zijn uitzetting.
- De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld, met rappels en vertrekgesprekken. De minister heeft op 5 december 2024 en 24 december 2024 schriftelijk gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten en heeft op 16 januari 2025 opnieuw gerappelleerd.
- De beroepsgrond slaagt niet.
- Ambtshalve toetsing
- De rechtbank constateert dat er geen rechtmatigheidsproblemen zijn met de maatregel van bewaring en ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft gehandhaafd.
- Schadevergoeding: Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
- Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.