Bezwaar na te late uitvoering opheffingsbesluit, geen beroep

Bewaring te lang voortgezet na opheffingsbesluit, beroep daartegen niet-ontvankelijk – ECLI:NL:RBDHA:2025:1929

Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 07-02-2025 | NL25.4023 | Bewaring | Beroep niet-ontvankelijk

Feiten en Procesverloop

De minister heeft op 14 januari 2025 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Bij uitspraak van 27 januari 2025 (NL25.2155) heeft de rechtbank deze maatregel onrechtmatig geacht vanaf het moment van oplegging en de minister bevolen de bewaring per direct op te heffen. Daarnaast is schadevergoeding toegekend aan eiser.

Eiser is op 28 januari 2025 om 09:30 uur feitelijk in vrijheid gesteld. Op dezelfde dag heeft eiser beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel na de uitspraak en verzocht om toekenning van één extra dag schadevergoeding.

De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft.

Overwegingen Rechtbank

  1. Geen bevoegdheid om schadevergoeding toe te kennen
    1. Eiser stelt dat de bewaring ondanks de uitspraak van 27 januari 2025 te lang heeft voortgeduurd, nu hij pas de volgende ochtend feitelijk in vrijheid is gesteld.
    1. Volgens vaste rechtspraak wordt het voortduren van een bewaringsmaatregel ondanks een rechterlijke uitspraak tot opheffing, aangemerkt als een met een beschikking gelijk te stellen handeling van de minister (ECLI:NL:RVS:2011:BT7114).
    1. Op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 dient tegen een dergelijke beschikking eerst bezwaar te worden gemaakt, alvorens beroep kan worden ingesteld.
  2. Beroep is niet-ontvankelijk
    1. Omdat eiser geen bezwaar heeft ingediend tegen het voortduren van de maatregel na de uitspraak, is de rechtbank niet bevoegd hierover te oordelen.
    1. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
  3. Doorzending als bezwaarschrift
    1. Het door eiser ingediende beroepschrift wordt met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan de minister doorgezonden ter behandeling als bezwaarschrift.
  4. Geen proceskostenvergoeding
    1. De rechtbank ziet geen aanleiding om proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is niet-ontvankelijk.
  • Gevolgen: Het beroepschrift wordt doorgezonden als bezwaarschrift.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
  • Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder