Taal gehoor onjuist, M113 niet in dossier, gegrond

M113 niet in dossier, geen overdracht volgens rechter. Taal gehoor onjuist. Gegrond – ECLI:NL:RBDHA:2025:2912

Rb. Den Haag (zp Roermond) | 27-02-2025 | NL25.7393 | Bewaring | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

De minister heeft op 13 februari 2025 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Eiser heeft beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2025 ter zitting behandeld. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Eiser stelt de Iraakse nationaliteit te hebben en geboren te zijn in 1991.

Overwegingen Rechtbank

  1. Onjuiste taal bij uitreiking van de maatregel
    1. De maatregel van bewaring is in het Engels uitgereikt, terwijl eiser uitsluitend de Koerdische taal (Sorani) spreekt.
    1. Tijdens het gehoor voorafgaand aan de oplegging van de maatregel is wel een registertolk in de Koerdische taal ingezet, evenals tijdens zijn eerdere strafrechtelijke aanhouding en ophouding.
    1. De minister heeft niet toegelicht waarom hij meent dat eiser de Engelse taal zodanig beheerst dat daarmee aan de informatieplicht is voldaan.
    1. Uit het proces-verbaal blijkt slechts dat eiser bij een verkeerscontrole “in het Engels zei dat hij geen Nederlands spreekt,” maar hij begreep niet de eenvoudige vervolgvragen over het rijbewijs en kentekenbewijs.
    1. De rechtbank concludeert dat de maatregel niet op juiste wijze is uitgereikt en daarom vanaf het begin onrechtmatig is.
  2. Afwijking van de standaard belangenafweging
    1. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2979), waarin is bepaald dat een schending van de informatieplicht niet zonder meer door een belangenafweging kan worden gepasseerd.
    1. Alleen bij zwaarwegende belangen van de minister kan de maatregel desondanks rechtmatig worden geacht. In deze zaak zijn dergelijke belangen niet aannemelijk gemaakt.
  3. Onzekerheid over overdracht aan Frankrijk
    1. Eiser is in bewaring gesteld met het oog op overdracht aan Frankrijk onder de Dublinverordening.
    1. De minister heeft ter zitting verklaard dat de overdracht op 26 februari 2025 had moeten plaatsvinden.
    1. De rechtbank heeft de minister verzocht om een M113-formulier toe te voegen aan het dossier als bewijs dat de overdracht daadwerkelijk is geëffectueerd.
    1. Nu dit niet is gebeurd, gaat de rechtbank ervan uit dat eiser nog steeds in bewaring wordt gehouden, terwijl de geplande overdracht is mislukt.
  4. Ongerechtvaardigde voortduring van de bewaring
    1. Gezien de combinatie van de schending van de informatieplicht en de mislukte overdracht, verklaart de rechtbank de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig.
    1. De rechtbank ziet geen reden om te beoordelen of de maatregel op andere gronden rechtmatig had kunnen zijn, nu de informatieplicht een fundamenteel beginsel betreft.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is gegrond.
  • Gevolgen: De bewaring wordt opgeheven en eiser wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.
  • Proceskosten: De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.814,-.
  • Schadevergoeding: De rechtbank kent eiser € 1.530,- toe wegens 15 dagen onrechtmatige bewaring.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder