Informatiebrief voldoet niet, belangenafweging, geen PKV – ECLI:NL:RBDHA:2025:2549
Rb. Den Haag (zp Zwolle) | 18-02-2025 | NL25.5569 | Bewaring | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
De minister heeft op 4 februari 2025 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Eiser heeft beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 13 februari 2025 ter zitting behandeld. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben en geboren te zijn op [geboortedatum].
Overwegingen Rechtbank
- Schending informatieplicht bij uitreiking folder
- De rechtbank oordeelt dat de informatiefolder niet volledig voldoet aan artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
- De folder bevatte onjuiste informatie over het instellen van een rechtsmiddel. Hieruit kon worden afgeleid dat een vreemdeling pas na overleg met een advocaat beroep kan instellen, terwijl dit niet correct is.
- De rechtbank acht dit een tekortkoming, maar overweegt dat eiser een dag na zijn inbewaringstelling beroep heeft ingesteld en correct is gewezen op zijn recht op gratis rechtsbijstand.
- Dit leidt ertoe dat een belangenafweging in het voordeel van de minister uitvalt.
- Lange detentieperiode en voortvarendheid van de minister
- Eiser heeft vóór zijn overbrenging naar Nederland negen maanden in vreemdelingenbewaring in Zwitserland gezeten, deels met het oog op terugkeer naar Marokko.
- De rechtbank acht deze periode wel degelijk relevant, in tegenstelling tot het standpunt van de minister dat de detentie in een ander land niet meeweegt bij de belangenafweging.
- Gezien deze lange detentieperiode moet de minister een “meer dan gebruikelijke” voortvarendheid betrachten bij de voortgang van het uitzettingstraject.
- Tot nu toe heeft de minister voortvarend gehandeld door:
- Op 27 januari 2025 een vertrekgesprek met eiser te voeren.
- Op 28 januari 2025 een laissez-passeraanvraag in te dienen.
- Op 6 februari 2025 te rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten.
- De rechtbank ziet op dit moment geen motiveringsgebrek in de belangenafweging.
- Gronden van de maatregel
- De bewaring is gebaseerd op zware en lichte gronden, waaronder het zich onttrekken aan toezicht en het niet meewerken aan vaststelling van identiteit en nationaliteit.
- Eiser heeft alleen de grond betwist dat hij te kennen heeft gegeven niet terug te willen keren naar Marokko. Omdat de overige gronden de maatregel kunnen dragen, blijft de maatregel rechtmatig.
- Conclusie
- De bewaring blijft in stand, maar de minister moet gelet op de lange detentieperiode bij de verdere voortgang van de uitzetting extra voortvarend handelen.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
- Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
- Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
- Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.