Terugkeerbesluit juist, geen gewijzigde omstandigheden

Ararat: eiser verzuimt gewijzigde omstandigheden aan te voeren – ECLI:NL:RBDHA:2025:2620

Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 21-02-2025 | NL25.6977 | Bewaring | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld, tevens aan te merken als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2025 ter zitting in Breda behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en geboren te zijn in 2005.

Overwegingen Rechtbank

  1. Tijdige omzetting van de maatregel
    1. Eiser voert aan dat de maatregel niet tijdig is omgezet, omdat hij zijn asielaanvraag op 10 februari 2025 heeft ingetrokken en de maatregel pas op 12 februari 2025 is gewijzigd.
    1. De rechtbank stelt vast dat eiser de verklaring tot intrekking op 11 februari 2025 heeft ondertekend.
    1. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) voldoet de minister aan de voortvarendheidseis als de maatregel binnen 48 uur wordt omgezet.
    1. Omdat de omzetting op 12 februari 2025 heeft plaatsgevonden, is voldaan aan deze termijn.
  2. Terugkeerbesluit en arrest Ararat
    1. Eiser stelt dat het terugkeerbesluit van 6 februari 2024 niet voldoet aan de eisen uit het arrest Ararat (HvJEU 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892).
    1. De rechtbank stelt vast dat het terugkeerbesluit in rechte vaststaat en eiser geen concrete gewijzigde omstandigheden heeft aangevoerd die een nieuwe beoordeling van het non-refoulementrisico noodzakelijk maken.
    1. Het enkele feit dat eiser psychische klachten heeft, is daarvoor onvoldoende.
    1. De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit rechtsgeldig ten grondslag ligt aan de bewaring.
  3. Informatieplicht
    1. Eiser stelt dat de minister niet heeft voldaan aan de informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, derde volzin, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
    1. De rechtbank stelt vast dat eiser bij de uitreiking van de maatregel een vertaalde informatiefolder heeft ontvangen en tijdens het gehoor uitleg heeft gekregen over de zware en lichte gronden.
    1. De rechtbank oordeelt dat hiermee is voldaan aan de informatieplicht.
  4. Gronden van de maatregel
    1. De minister heeft de bewaring gebaseerd op een onttrekkingsrisico en het ontwijken of belemmeren van de uitzettingsprocedure.
    1. Eiser heeft de zware gronden 3e (onjuiste of tegenstrijdige gegevens over identiteit/nationaliteit) en de lichte grond 4d (gebrek aan middelen van bestaan) betwist.
    1. De rechtbank oordeelt dat de overige gronden voldoende zijn om de maatregel te dragen, waardoor bespreking van de betwiste gronden achterwege blijft.
  5. Voortvarend handelen
    1. Eiser stelt dat onvoldoende voortvarend wordt gewerkt aan zijn uitzetting.
    1. De rechtbank stelt vast dat:
      1. Op 17 februari 2025 een vertrekgesprek heeft plaatsgevonden.
      1. Op 19 februari 2025 een laissez-passer (LP) is aangevraagd bij de Algerijnse autoriteiten.
    1. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend handelt.
  6. Ambtshalve toetsing
    1. De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve te oordelen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
  • Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
  • Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder