Dublinclaim ipv terugkeer is geen gebrek voortvarendheid

Dublinoverdracht gaat boven gedwongen terugkeer Tunesië – ECLI:NL:RBDHA:2025:2295

Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 18-02-2025 | NL25.6089 | Bewaring | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2025 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Eiser heeft beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 18 februari 2025 schriftelijk afgedaan, nadat partijen hun standpunten schriftelijk hadden toegelicht.

Eiser stelt de Tunesische nationaliteit te hebben en geboren te zijn in 1996.

Overwegingen Rechtbank

  1. Gronden voor bewaring
    1. De minister heeft de bewaring gebaseerd op het feit dat er een concreet aanknopingspunt is voor overdracht onder de Dublinverordening en dat sprake is van een significant risico op onttrekking aan het toezicht.
    1. Als zware gronden zijn tegengeworpen:
      1. 3a: illegale binnenkomst.
      1. 3b: onttrekking aan vreemdelingentoezicht.
      1. 3c: niet-naleving van een vertrekplicht.
    1. Als lichte gronden zijn tegengeworpen:
      1. 4a: niet naleven van verplichtingen uit hoofdstuk 4 van het Vb.
      1. 4c: geen vaste woon- of verblijfplaats.
      1. 4d: geen voldoende middelen van bestaan.
    1. Eiser betwist alle gronden en voert aan dat hij al op 4 februari 2025 in bewaring is gesteld, waardoor hij niet illegaal Nederland is binnengekomen. Ook stelt hij dat hem niet expliciet is meegedeeld dat hij Nederland moest verlaten en dat hij wel beschikt over middelen van bestaan, aangezien hij eerder schadevergoeding heeft ontvangen.
    1. De rechtbank oordeelt dat de zware gronden 3a en 3b en de lichte gronden 4a en 4c voldoende zijn om de maatregel te dragen.
  2. Voortvarend handelen bij Dublin-overdracht en uitzetting naar Tunesië
    1. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt bij zijn overdracht naar een andere lidstaat of zijn uitzetting naar Tunesië. Hij wijst erop dat hij niet kan terugkeren naar Duitsland, Frankrijk, Italië of Zwitserland, omdat deze landen hem een terugkeerbesluit hebben opgelegd of als niet-toegelaten vreemdeling hebben geregistreerd.
    1. De rechtbank overweegt dat de minister op 7 februari 2025 een claimverzoek aan Duitsland heeft gestuurd, dat op 10 februari 2025 is geweigerd. Vervolgens heeft de minister op 12 februari 2025 een claimverzoek aan Zwitserland gestuurd. Hiermee is voldoende voortvarend gehandeld.
    1. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat de minister claimverzoeken had moeten indienen bij alle lidstaten waar eiser illegaal is ingereisd of asiel heeft aangevraagd. Een terugkeerbesluit of registratie in het NL-SIS-II-systeem verhindert bovendien niet de overdracht in het kader van de Dublinverordening.
    1. Wat betreft uitzetting naar Tunesië overweegt de rechtbank dat de minister niet verplicht is uitzettingshandelingen te verrichten zolang er concrete aanwijzingen zijn dat een andere lidstaat verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Indien eiser wenst terug te keren naar Tunesië, kan hij zich melden bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).
    1. De minister heeft verder via de liaison in Frankrijk geprobeerd eisers paspoort te verkrijgen, maar is daartoe niet verplicht omdat een paspoort niet noodzakelijk is voor de Dublin-overdracht.
  3. Lichter middel
    1. Eiser stelt dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel en dat hem door de bewaring de mogelijkheid is ontnomen om zelfstandig terug te keren.
    1. De rechtbank overweegt dat sprake is van een significant risico op onttrekking aan het toezicht en dat eiser heeft verklaard naar Tunesië te willen terugkeren. Dit vormt een aanwijzing dat hij niet vrijwillig naar de verantwoordelijke lidstaat zou gaan.
    1. Voor de inbewaringstelling had eiser al voldoende gelegenheid om zelfstandig terug te keren naar Tunesië, maar hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Bovendien beschikt hij niet over de benodigde documenten voor zelfstandige terugkeer.
  4. Ambtshalve toetsing
    1. De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve te oordelen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
  • Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
  • Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder