Achteraf opmaken M113 leidt niet tot onrechtmatigheid bewaring

Te laat opmaken M113, overdracht op 21 maart, voortvarendheid – ECLI:NL:RBDHA:2025:5538
Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 28-03-2025 | NL25.12084 | Bewaring – M113 niet constitutief, overdracht rechtmatig | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 13 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a Vw. De maatregel is op 21 maart 2025 feitelijk opgeheven na overdracht aan Duitsland, maar het formulier M113 werd pas op 24 maart 2025 opgemaakt. Eiser stelt dat de bewaring onrechtmatig voortduurde tot 24 maart. Hij verzoekt schadevergoeding.

Overwegingen Rechtbank

  • Opmaak M113: De rechtbank volgt de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2025:232): het opmaken van een M113 is een feitelijke handeling en geen vereiste voor opheffing van de maatregel. De bewaring is dus beëindigd op 21 maart 2025, het moment van feitelijke overdracht.
  • Voortvarendheid:
    • Eiser stelt dat verweerder hem al op 18 maart had kunnen overdragen, nu Duitsland drie werkdagen aankondiging vereist.
    • Verweerder beroept zich op medische omstandigheden en een aankondigingstermijn van 10 werkdagen bij escortoverdracht, maar de rechtbank volgt dit niet, omdat de overdracht reeds na 8 dagen plaatsvond.
    • Toch acht de rechtbank het handelen van verweerder voortvarend: de claim is op 12 maart aanvaard, er volgde een vertrekgesprek op 14 maart en de overdracht vond op 21 maart plaats. Afstemming met buitenlandse autoriteiten vereist tijd.
  • Ambtshalve toets: Geen aanwijzingen dat de maatregel onrechtmatig was, noch dat zware of lichte gronden ontbraken of onjuist waren.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Gevolgen: Verzoek om schadevergoeding afgewezen
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder