Algerije: voldoende zicht op uitzetting ook na 6 maanden

Zicht op uitzetting naar Algerije, voortvarendheid – ECLI:NL:RBDHA:2025:3448
Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 07-03-2025 | NL25.8872 | Bewaring – Vervolgberoep, zicht op uitzetting nog aanwezig | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, Algerijnse nationaliteit, is sinds 26 oktober 2024 in bewaring op grond van artikel 59, lid 1, onder a Vw. Dit is zijn vierde beroep tegen het voortduren van de maatregel. De maatregel duurt voort. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting ontbreekt en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Hij verzoekt om schadevergoeding.

Overwegingen Rechtbank

  • De rechtbank toetst de rechtmatigheid vanaf 22 januari 2025, aangezien eerdere perioden al rechtmatig zijn beoordeeld.
  • Eiser stelt dat zijn identiteit al lang vaststaat en dat het gebrek aan reactie van Algerije wijst op uitzichtloosheid.
  • De rechtbank volgt dit niet. Verweerder heeft over 2024 een aantal van 116 laissez-passers overgelegd. De enkele omstandigheid dat zijn rappels geen resultaat hebben gehad, is onvoldoende voor de conclusie dat uitzetting niet mogelijk is.
  • Eiser heeft niet aantoonbaar geprobeerd via familie of andere kanalen het vertrek te realiseren.
  • Verweerder heeft op 4 februari 2025 een vertrekgesprek gevoerd en blijft rappelleren. De termijn sinds oplegging van de maatregel is nog geen zes maanden.
  • Geen aanwijzingen dat het zicht op uitzetting ontbreekt of dat onvoldoende voortvarend wordt gehandeld.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Gevolgen: Geen schadevergoeding
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder