Verlenging artikel 59b, vertraging zitting, identiteit onbekend – ECLI:NL:RBDHA:2025:4935
Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 25-03-2025 | NL25.11402 | Bewaring – Duur niet onredelijk, maatregel rechtmatig | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, Marokkaanse nationaliteit, is op 30 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, lid 1, onder a en b Vw. Na kennelijke ongegrondverklaring van zijn tweede asielaanvraag is de maatregel op 26 februari 2025 verlengd met maximaal drie maanden (art. 59b, lid 3 Vw). Eiser heeft daartegen op 28 februari beroep en een verzoek om voorlopige voorziening ingesteld. De zitting is gepland op 14 mei 2025. Eiser voert aan dat dit te lang duurt.
Overwegingen Rechtbank
- De rechtbank toetst uitsluitend de periode vanaf 26 februari 2025, omdat in zaak NL25.7299 al rechtmatigheid tot dat moment is vastgesteld.
- Verweerder heeft een wettelijke grondslag voor verlenging van de maatregel (art. 59b, lid 3 Vw) en heeft daarvan op 26 februari 2025 gebruikgemaakt.
- Eiser stelt dat de bewaring nu bijna vier maanden zal duren en dat dit in strijd is met artikel 9, eerste lid, Opvangrichtlijn (“zo kort mogelijk”).
- De vertraging is het gevolg van een vol zittingsrooster en betreft geen administratieve vertraging als bedoeld in artikel 8, derde lid, Opvangrichtlijn.
- Anders dan in de zaak Rb Amsterdam (ECLI:NL:RBDHA:2025:902), is hier de verlenging binnen de wettelijke termijn gebleven, en heeft verweerder geprobeerd de zitting te vervroegen.
- De maatregel is gerechtvaardigd vanwege de noodzaak tot vaststelling van identiteit en nationaliteit. Eiser heeft geen documenten overgelegd.
- Duur van (inmiddels) twee maanden is niet disproportioneel; geen andere belangen zijn aangevoerd.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Gevolgen: Verzoek om schadevergoeding afgewezen
- Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding
Noten