Strafrechtelijk voortraject, vormfout bij omzetten maatregel – ECLI:NL:RBDHA:2025:4755
Rb. Den Haag (zp Groningen) | 24-03-2025 | NL25.9609 | Bewaring – Alleen gedeeltelijke schadevergoeding toegekend | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, Marokkaanse nationaliteit, is op 24 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, lid 1, onder a Vw, na afloop van een strafrechtelijke detentie. Op 11 maart 2025 is de maatregel opgeheven. De minister heeft een schadevergoeding van €500 aangeboden voor de periode van 7 t/m 11 maart 2025, wegens niet-tijdige omzetting van de maatregel in verband met een Dublin-overdracht. Eiser vordert schadevergoeding over de volledige periode.
Overwegingen Rechtbank
- Tijdens een vertrekgesprek op 28 februari 2025 meldde eiser dat hij op 14 februari 2024 door België aan Spanje is overgedragen op grond van de Dublinverordening.
- De minister had op basis van die informatie uiterlijk op 7 maart 2025 de maatregel moeten omzetten naar de juiste grondslag. Nu dit niet tijdig is gebeurd, is de maatregel vanaf 7 maart 2025 onrechtmatig geworden.
- Eiser stelt echter dat de maatregel vanaf het begin onrechtmatig was, omdat hij op 28 februari 2025 strafrechtelijk is vrijgesproken.
- De rechtbank verwerpt dit standpunt: de inbewaringstelling volgde op een strafrechtelijk traject en de vrijspraak maakt de eerdere aanhouding niet onrechtmatig. Er is geen sprake van een verkapte vreemdelingrechtelijke aanhouding.
- Ambtshalve ziet de rechtbank geen eerdere onrechtmatigheid dan door de minister is erkend.
- Reiskosten voor bezoek aan cliënten zijn volgens vaste rechtspraak (ECLI:NL:CRVB:2018:1773) inbegrepen in de forfaitaire vergoeding. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Gevolgen: Alleen schadevergoeding over 7 t/m 11 maart 2025; geen aanvullende vergoeding
- Proceskostenvergoeding: Alleen reeds aangeboden €907, geen extra reiskostenvergoeding
Noten