Rechtbank kraakt advocaat na terugverwijzing RvS

Hoor en wederhoor, lichter middel, rechtmatigheid na terugverwijzing – ECLI:NL:RBDHA:2025:4329
Rb. Den Haag (zp Roermond) | 19-03-2025 | NL25.11627 | Bewaring – Geen onrechtmatigheid, ondanks schending verdedigingsbeginsel in eerdere procedure | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, Syrische nationaliteit, is op 25 september 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a Vw ter verzekering van overdracht aan Bulgarije (Dublin). De maatregel is op 30 september 2024 opgeheven wegens overdracht. Eiser stelde op 22 oktober 2024 beroep in en verzocht om schadevergoeding. In de eerdere uitspraak van 7 november 2024 werd het beroep ongegrond verklaard, maar deze is op 6 maart 2025 door de Afdeling vernietigd wegens schending van het verdedigingsbeginsel. De zaak is terugverwezen naar de rechtbank.

Overwegingen Rechtbank

  • De Afdeling oordeelde dat sprake was van schending van hoor en wederhoor omdat verweerder ter zitting van 5 november 2024 mondeling kon reageren, terwijl eiser dat niet kon. Na terugwijzing heeft de rechtbank het beroep opnieuw behandeld en gemachtigde van eiser alsnog in de gelegenheid gesteld te reageren.
  • De rechtbank uit stevige kritiek op de handelwijze van de gemachtigde. Deze wist bij indiening van het beroep al dat de zitting op dinsdag 5 november 2024 zou plaatsvinden, dat de maatregel reeds weken eerder was opgeheven, en dat hij verhinderd was wegens een hoorzitting in Den Haag. Toch regelde hij geen tijdige waarneming en nam pas op 4 november contact op met de griffie om te informeren of collega’s konden waarnemen. De rechtbank kwalificeert dit als een gelegenheidsargument, temeer daar de gemachtigde al op 29 oktober had aangekondigd niet te zullen verschijnen. Volgens de rechtbank had de gemachtigde het indienen van het beroep kunnen afstemmen op zijn beschikbaarheid, tijdig kunnen zorgen voor waarneming, of direct na zittingsaankondiging contact kunnen opnemen. Indien gemachtigden op deze wijze waarneming regelen, moeten zij bovendien waarborgen dat de waarnemer toegang tot en kennis van het dossier heeft. Als dat evident niet het geval is, zal de rechtbank geen proceskostenvergoeding toekennen voor het verschijnen ter zitting, dat immers meer inhoudt dan enkel fysieke aanwezigheid. Hierbij verwijst de rechtbank naar ECLI:NL:RBDHA:2024:23326.
  • Procesbelang is nog aanwezig, nu gemachtigde op 14 maart 2025 contact had met eiser.
  • Voortraject: De rechtbank acht het binnentreden, de staandehouding en ophouding rechtmatig. De uitreiking van de maatregel bevatte een informatiegebrek, maar dat leidt niet tot onrechtmatigheid van de maatregel.
  • Grondslag: De bewaring is gebaseerd op een rechtsgeldig overdrachtsbesluit dat onherroepelijk is bevestigd door de Afdeling.
  • Gronden maatregel: Zware gronden 3a en 3m zijn feitelijk juist en dragen de maatregel.
  • Lichter middel: Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat een eerder lichter middel (meldplicht) niet effectief was. Eiser bleef weg van vertrekgesprekken. De aanwezigheid van een broer in Nederland biedt onvoldoende aanknopingspunten.
  • De rechtbank acht het geheel zorgvuldig: er was een geplande overdracht binnen de overdrachtstermijn, de bewaring duurde kort, en de maatregel was evenredig.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Gevolgen: Geen schadevergoeding
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder