Inspanningsverplichting na strafdetentie, ophouding art. 50 Vw – ECLI:NL:RBDHA:2025:4537
Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 18-03-2025 | NL25.9892 | Bewaring – Belangenafweging na schending inspanningsverplichting, maatregel rechtmatig | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser is op 27 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, lid 1, onder a Vw, na strafrechtelijke detentie vanaf 31 oktober 2024. Hij stelt dat verweerder te weinig heeft gedaan om uitzetting direct na detentie te realiseren en betwist de rechtsgrond voor overname en ophouding. Hij verzoekt ook om schadevergoeding.
Overwegingen Rechtbank
- Inspanningsverplichting: Verweerder erkent dat hij de inspanningsverplichting (Vc A5/6.12) heeft geschonden. Toch acht de rechtbank de maatregel niet onrechtmatig:
- De gronden van de maatregel zijn niet bestreden en kunnen deze zelfstandig dragen.
- De einddatum van de strafdetentie bleef lange tijd onzeker wegens een zitting op 8 januari 2025.
- Verweerder handelde na inbewaringstelling voortvarend: toestemming OM op 2e dag, vertrekgesprekken op 4 en 6 maart 2025, vluchtaanvraag op 6 maart, vlucht gepland op 14 maart.
- Ophouding en overname:
- Volgens het proces-verbaal vond ophouding plaats op grond van artikel 50, tweede lid, Vw. De rechtbank acht deze rechtsgrond juist: eiser had bij overname geen identificerend document.
- Het niet expliciet vermelden van een rechtsgrond voor overname maakt de handeling niet onrechtmatig. De keuze voor artikel 50, tweede lid, was verdedigbaar.
- Een kopie van een paspoort is geen authentiek identificerend document. Verweerder mocht identiteit niet als vaststaand aannemen.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Gevolgen: Verzoek om schadevergoeding afgewezen
- Proceskosten: Geen vergoeding ondanks schending, op basis van ECLI:NL:RVS:2023:4180
Noten