Bewaring – Handboeien – ECLI:NL:RBDHA:2025:5561
Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 01-04-2025 | NL25.12126 | Bewaring – handboeien, staandehouding, onttrekkingsrisico | Beroep ongegrond, wel proceskostenvergoeding
Feiten en Procesverloop
Bij besluit van 12 maart 2025 is eiser in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2025 ter zitting behandeld. Eiser was aanwezig via telehoor, bijgestaan door een gemachtigde.
Eiser betoogt dat hem ten onrechte handboeien zijn omgelegd bij transport naar het politiebureau, terwijl hij niet-agressief was. Ook betwist hij dat de staandehouding rechtmatig was, stelt dat de gronden de maatregel niet dragen, dat een lichter middel aangewezen was, dat zicht op uitzetting ontbreekt, en dat hij te lang in de politiecel heeft verbleven.
Overwegingen Rechtbank
Handboeien
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van handboeien onrechtmatig was, nu geen deugdelijke onderbouwing is gegeven voor een dreiging van fysieke agressie. Toch leidt dit niet tot onrechtmatigheid van de bewaring, gelet op het korte transport (25 minuten) en het ontbreken van bijkomende gebreken.
Staandehouding
De rechtbank acht de staandehouding rechtmatig. Eiser had geen ID-bewijs en stond als ‘verwijderbaar’ geregistreerd in de politiesystemen, wat een redelijk vermoeden van illegaal verblijf oplevert.
Beoordeling gronden
De maatregel berust op o.a. zware grond 3c (niet tijdig verlaten NL ondanks aanzegging) en lichte grond 4d (geen middelen van bestaan). Deze zijn voldoende onderbouwd. De overige gronden zijn niet beoordeeld, omdat de genoemde gronden de maatregel zelfstandig kunnen dragen.
Lichter middel
De minister heeft terecht gemotiveerd dat geen meldplicht is opgelegd vanwege het reële onttrekkingsrisico. Dat eiser op de tweede dag na afloop van de vertrektermijn werd aangehouden en bekend was bij handhaving, maakt dit niet anders.
Zicht op uitzetting
De rechtbank acht de motivering over zicht op uitzetting toereikend. De standaardformulering in het besluit volstaat; het land van herkomst (Noorwegen) hoeft niet afzonderlijk te worden benoemd.
Politiecel
Eiser heeft de politiecel op 13 maart 2025 om 11.00 uur verlaten, binnen de toegestane 24 uur. Het ontbreken van aankomsttijd in het detentiecentrum is volgens vaste rechtspraak niet relevant.
Ambtshalve toetsing
Geen aanvullende gebreken vastgesteld.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Gevolgen: Bewaring blijft van kracht
- Proceskosten: Minister veroordeeld tot vergoeding van €1814 vanwege het onrechtmatig gebruik van handboeien
- Schadevergoeding: Afgewezen
Noten
• ECLI:NL:RVS:2025:157
• ECLI:NL:RVS:2019:2738
• ECLI:NL:RVS:2020:829
• ECLI:NL:RVS:2024:2181