26. Bewaring – Verlengingsbesluit bevoegd genomen – ECLI:NL:RBDHA:2025:6540
Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 16-04-2025 | NL25.16402 | Bewaring – verlenging artikel 59, zesde lid, Vw – informatieplicht – medewerking – beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verblijft sinds 8 oktober 2024 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank heeft reeds eerder geoordeeld over de rechtmatigheid van de maatregel in uitspraken van 17 oktober 2024, 21 november 2024, 27 januari 2025 en 10 maart 2025.
Op 3 april 2025 is de bewaring op grond van artikel 59, zesde lid, Vw 2000 met ten hoogste twaalf maanden verlengd. Eiser stelde op 8 april 2025 beroep in tegen het voortduren van de maatregel, mede gericht tegen het verlengingsbesluit. Hij vroeg tevens schadevergoeding.
Overwegingen Rechtbank
1. Bevoegdheid tot ondertekening verlengingsbesluit
Eiser betwistte de rechtsgeldigheid van het verlengingsbesluit, omdat niet duidelijk was wie het bij afwezigheid van de regievoerder had ondertekend. De rechtbank verwerpt deze grief.
- Verweerder heeft op verzoek van de rechtbank bevestigd dat het besluit is ondertekend door een collega-regievoerder die daartoe bevoegd was.
- Er is geen reden om aan de juistheid van deze verklaring te twijfelen.
2. Informatievoorziening en artikel 5.3 Vb
Eiser voerde aan dat het verlengingsbesluit niet was uitgereikt in een voor hem begrijpelijke taal, in strijd met artikel 5.3 Vb.
- De rechtbank overweegt, onder verwijzing naar [Rb. Amsterdam, 3 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6351] en [ABRvS, 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2204], dat de waarborgen van artikel 5.3 Vb niet van toepassing zijn op verlengingsbesluiten.
- Artikel 5.3 Vb ziet uitsluitend op het initiële besluit tot vrijheidsontneming of op voortzetting op een andere wettelijke grondslag.
3. Grondslag bewaring en motivering verlenging
De grondslag voor de maatregel is ongewijzigd gebleven.
- Eiser heeft op 25 maart 2025 een tweede asielaanvraag ingediend, maar deze is niet-ontvankelijk verklaard.
- Zijn mededeling tijdens het vertrekgesprek van 9 april 2025 dat hij opnieuw asiel wil aanvragen, is onvoldoende onderbouwd.
Verweerder heeft de verlenging gemotiveerd met:
- actief verzet van eiser tegen uitzetting (verbaal en fysiek op 27 maart 2025);
- weigering om te vertrekken;
- een last-minute asielaanvraag die uitsluitend lijkt bedoeld om uitzetting te frustreren.
De rechtbank acht dit een toereikende motivering voor verlenging onder artikel 59, zesde lid, Vw.
4. Ambtshalve toetsing
De rechtbank ziet ook overigens geen reden om de bewaring na 4 maart 2025 als onrechtmatig te beschouwen.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Gevolgen: Bewaring blijft in stand
- Schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskosten: Geen vergoeding
Noten
• ECLI:NL:RBAMS:2023:6351
• ECLI:NL:RVS:2024:2204
• Vw 2000 – artikel 59, zesde lid
• Vb 2000 – artikel 5.3