Grensprocedure – Schadevergoeding na onrechtmatig besluit – ECLI:NL:RBDHA:2025:6490
Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 14-04-2025 | NL24.52343 | Senegal – schadevergoeding wegens onrechtmatige toepassing grensprocedure | Verzoek toegewezen
NB: dit is geen bewaringszaak, maar een bestuursrechtelijke schadevergoedingszaak in het verlengde van een volgens de rechtbank slecht gemotiveerde kennelijk ongegrondverklaring van een asielaanvraag.
Feiten en Procesverloop
Verzoeker, van Senegalese nationaliteit, diende op 18 november 2024 een asielaanvraag in. De minister wees deze op 11 november 2024 af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw 2000, met toepassing van de grensprocedure. Verzoeker verbleef tijdens die procedure in bewaring.
Bij uitspraak van 25 februari 2025 verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. De rechtbank voorzag zelf in de zaak en wees de aanvraag af als ongegrond, met een vertrektermijn van vier weken. Het verzoek om schadevergoeding werd afgesplitst en behandeld in een afzonderlijke procedure.
De minister betoogde dat schadevergoeding uitsluitend kon worden toegekend in de bewaringsprocedure, die op 16 januari 2025 is geëindigd met een ongegrondverklaring. In die zaak was reeds een schadevergoeding toegekend over de periode vanaf 8 januari 2025.
Verzoeker stelde daarentegen dat de schade het gevolg was van de onrechtmatige toepassing van de grensprocedure en dat die schade al begon vanaf het gehoor (4 november 2024), omdat daaruit had moeten blijken dat zijn aanvraag niet als kennelijk ongegrond kon worden afgedaan.
Overwegingen Rechtbank
Procesbelang
Hoewel verweerder stelde dat eiser inmiddels met onbekende bestemming was vertrokken, oordeelt de rechtbank dat dit geen reden is om het verzoek niet inhoudelijk te behandelen. In dit geval gaat het om schadevergoeding wegens een bestuursbesluit, niet om internationale bescherming. Bovendien bleek uit bericht van de gemachtigde dat eiser nog in Nederland verblijft en de procedure wilde voortzetten.
Toepasselijke toetsingskaders
- De rechtbank acht zich bevoegd op grond van artikel 8:88 Awb en artikel 72a Vw 2000.
- Artikel 106 Vw 2000 ziet uitsluitend op schade als gevolg van de maatregel van bewaring, niet op onrechtmatige bestuursbesluiten die daaraan ten grondslag liggen.
- De rechtbank verwijst naar het EHRM (artikel 5 en 13 EVRM): vreemdelingen moeten effectief schade kunnen verhalen bij onrechtmatig overheidshandelen.
Beoordeling onrechtmatigheid
- De afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond was onrechtmatig (ECLI:NL:RBDHA:2025:4693), omdat Senegal niet op juiste wijze was aangewezen als veilig land van herkomst.
- Verzoeker had uitsluitend op basis van zijn herkomst deze afwijzing ontvangen; dat was juridisch onvoldoende (vgl. ECLI:NL:RBDHA:2025:172).
- De voortzetting van de grensprocedure én de bewaring was gebaseerd op deze onjuiste grondslag.
Toekenning schadevergoeding
- Verweerder had na het gehoor op 4 november 2024 kunnen en moeten onderkennen dat de aanvraag niet als kennelijk ongegrond mocht worden behandeld.
- De rechtbank hanteert een termijn van twee dagen na het gehoor als uiterste moment waarop die conclusie getrokken had moeten worden (conform vaste jurisprudentie).
- De rechtbank kent daarom schadevergoeding toe over de periode 6 november 2024 t/m 7 januari 2025: 63 dagen × €100 = €6.300,-.
Voor de periode vanaf 8 januari 2025 is reeds vergoeding toegekend in de bewaringszaak, zodat daarvoor geen vergoeding meer volgt.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Verzoek toegewezen
- Schadevergoeding: €6.300,- (63 dagen × €100)
- Proceskostenvergoeding: €453,50 (wegingsfactor 0,5 wegens beperkte omvang zaak)
Noten
• ECLI:NL:RBDHA:2025:172
• ECLI:NL:RBDHA:2025:4693
• EVRM – artikelen 5 en 13
• Awb – artikel 8:88
• Vw 2000 – artikel 72a
• Vw 2000 – artikel 30b lid 1 onder b