Bewaring – Voortvarendheid lp-procedure richting Turkije – ECLI:NL:RBDHA:2025:6749
Rb. Den Haag (zp Groningen) | 18-04-2025 | NL25.15689 | Turkse nationaliteit – beoordeling rappel en vertrekgesprek – beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Turkse nationaliteit, is op 12 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw. De rechtbank heeft de maatregel eerder rechtmatig geoordeeld in uitspraak van 25 februari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:2819). In dit volgberoep wordt getoetst aan de situatie sinds 21 februari 2025.
Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt in de lp-procedure richting Turkije. Hij stelt dat de aanvraag voor een laissez-passer (lp) op 26 februari 2025 is verzonden, maar dat deze acht dagen bij de Dienst Interne Aangelegenheden (DIA) is blijven liggen. Ook is pas na 42 dagen gerappelleerd, terwijl de minister zelf een beslistermijn van 25 dagen hanteert.
Overwegingen Rechtbank
- De minister heeft toegelicht dat de vertraging bij de verzending van de lp-aanvraag is veroorzaakt door het ontbreken van een pasfoto van eiser en een storing in het systeem van de DIA.
- De rechtbank acht het niet onredelijk dat het document daardoor acht dagen bij DIA bleef liggen.
- De gebruikelijke rappeltermijn is volgens verweerder 25 kalenderdagen, maar rappels worden handmatig verstuurd en er bestaat geen vaste frequentie.
- In dit geval werd pas 17 dagen na afloop van de rappeltermijn daadwerkelijk gerappelleerd. Gelet op het feit dat op 19 maart 2025 ook een vertrekgesprek heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank het handelen van verweerder alsnog voldoende voortvarend.
Daarnaast:
- De rechtbank acht voldoende zicht op uitzetting aanwezig. Er zijn geen aanwijzingen dat de Turkse autoriteiten geen lp zullen afgeven of niet meewerken.
- Tijdens het vertrekgesprek van 19 maart 2025 bleek eiser geen actieve medewerking te verlenen aan zijn uitzetting, terwijl die plicht op hem rust.
De rechtbank ziet ook overigens geen grond voor het oordeel dat de maatregel in de periode sinds 21 februari 2025 onrechtmatig is geweest.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskosten: Geen vergoeding
Noten
• ECLI:NL:RBDHA:2025:2819
• ECLI:NL:RVS:2020:2948
• Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
• Terugkeerrichtlijn – artikel 7 lid 1