Lopende 64-procedure geen reden voor opheffing

Bewaring – Voortgang artikel 64-procedure en zicht op uitzetting – ECLI:NL:RBDHA:2025:6750

Rb. Den Haag (zp Groningen) | 18-04-2025 | NL25.14785 | Marokkaanse nationaliteit – voortzetting bewaring bij lopende artikel 64-procedure – beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 12 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw. De rechtbank oordeelde in uitspraak van 28 februari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:3035) dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was. In dit volgberoep wordt de periode vanaf 21 februari 2025 beoordeeld.

Eiser stelt dat de voortduring van de maatregel onrechtmatig is, mede vanwege de nog lopende artikel 64-procedure. Hij stelt dat deze procedure aanzienlijk langer zal duren, onder meer omdat hij tot en met 23 april 2025 de mogelijkheid heeft om te reageren op het BMA-advies, en dat ook daarna nog een beslissing moet volgen. Volgens eiser moet daarom met een lichter middel worden volstaan. Daarnaast wijst hij op de duur van de bewaring (ruim twee maanden) en zijn eerdere strafrechtelijke detentie.

Overwegingen Rechtbank

  • De rechtbank herhaalt dat zij eerder het onttrekkingsrisico en de noodzaak van bewaring voldoende achtte.
  • De minister heeft verklaard dat wordt toegewerkt naar uitzetting per 10 mei 2025 en afronding van de artikel 64-procedure. Dat deze procedure mogelijk langer zal duren, acht de rechtbank een onzekere toekomstige gebeurtenis die niet tot opheffing of omzetting hoeft te leiden.
  • De rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting nog aanwezig is:
    • De Marokkaanse nationaliteit van eiser is op 17 december 2024 bevestigd.
    • Een nieuwe lp is op 11 maart 2025 afgegeven.
  • Dat de artikel 64-procedure nog loopt, doet aan het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn niet af.

De minister heeft volgens de rechtbank voldoende voortvarend gehandeld:

  • Er is gerappelleerd op de lp-aanvraag;
  • Op 19 maart 2025 vond een vertrekgesprek plaats;
  • Op 4 maart 2025 is een verzoek gedaan voor een nieuwe lp, die inmiddels is ontvangen.

Ten aanzien van de belangenafweging stelt de rechtbank dat, gelet op de duur van de maatregel, nog geen verzwaarde belangenafweging vereist is. Er zijn ook geen andere feiten of omstandigheden die nopen tot opheffing.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Schadevergoeding: Afgewezen
  • Proceskosten: Geen vergoeding

Noten

• ECLI:NL:RBDHA:2025:3035
• ECLI:NL:RVS:2022:3269
• ECLI:NL:RVS:2023:3033
• Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
• Vw 2000 – artikel 64
• BMA – Bureau Medische Advisering

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder