Bewaring – Beroep vóór oplegging maatregel – niet-ontvankelijk – ECLI:NL:RBDHA:2025:8215
Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 23-04-2025 | NL25.15611 en NL25.15614 | Nationaliteit niet vermeld – beroep niet-ontvankelijk – geen schadevergoeding
Feiten en Procesverloop
Eisers hebben op 3 april 2025 om 11:01:43 en 11:05:19 uur beroep ingesteld tegen voorgenomen maatregelen van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw. De bewaringsmaatregelen zijn diezelfde dag om 12:04:59 en 12:08:47 uur elektronisch ondertekend en om 12:20 uur in persoon uitgereikt.
Op 10 april 2025 zijn de maatregelen opgeheven wegens overdracht aan Polen. De beroepen worden mede aangemerkt als verzoeken om schadevergoeding.
Overwegingen Rechtbank
1. Ontvankelijkheid beroepen
- De beroepen zijn ingediend vóór de totstandkoming van de bewaringsbesluiten en dus vóór de aanvang van de beroepstermijn.
- Op grond van artikel 6:10, eerste lid, onder b, Awb kan niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven als de indiener redelijkerwijs kon menen dat het besluit al genomen was.
- Niet gesteld of gebleken is dat eisers dit redelijkerwijs konden menen.
2. Gevolgen
- De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
- Geen grond voor schadevergoeding of proceskostenvergoeding.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep niet-ontvankelijk
- Schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskostenvergoeding: Geen
Noten
• Vw 2000 – artikel 59a lid 1
• Awb – artikel 6:10 lid 1 onder b