Omzetting 5 dagen te laat. Geen ernstige schending

Bewaring – Doorwerking onrechtmatigheid eerdere maatregel – geen ernstige schending – ECLI:NL:RBDHA:2025:8729

Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 16-04-2025 | NL25.14273 & NL25.14555 | Nationaliteit niet vermeld – eerste maatregel deels onrechtmatig – tweede maatregel rechtmatig


Feiten en Procesverloop

Eiser zat sinds 27 februari 2025 in bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, a, b en c, Vw. Op 21 maart 2025 trok hij zijn asielaanvraag in. Op 28 maart 2025 werd deze maatregel opgeheven en werd een nieuwe bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, a, Vw opgelegd.

Eiser stelt dat de eerste maatregel nooit rechtsgeldig is opgeheven omdat het opheffingsbesluit (model M113) niet is uitgereikt of toegezonden. Ook voert hij aan dat de tweede maatregel onrechtmatig is omdat de eerdere onrechtmatigheid zou doorwerken.


Overwegingen Rechtbank

1. Rechtsgeldigheid opheffing eerste maatregel

  • Het model M113 is volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2025:232) een feitelijke handeling, geen besluit in de zin van de Awb. Bekendmakingsvereisten uit de Awb zijn daarom niet van toepassing.
  • De beroepsgrond faalt.

2. Ambtshalve toetsing omzetting grondslag

  • Uit het M35-H formulier blijkt dat eiser op 21 maart 2025 een asielaanvraag heeft ingediend.
  • Verweerder had uiterlijk 23 maart 2025 (48-uur-regel) de maatregel moeten omzetten naar een juiste grondslag.
  • De omzetting vond pas op 28 maart 2025 plaats, waardoor de eerste maatregel vanaf 24 maart tot 28 maart 2025 zonder wettelijke grondslag voortduurde.
  • Deze bewaring was dus onrechtmatig voor vijf dagen.

3. Doorwerking onrechtmatigheid naar tweede maatregel

  • Eiser stelt dat artikel 5, vierde lid, EVRM en Unierecht onmiddellijke invrijheidstelling vereisen en dat de schottentheorie in strijd is met het EVRM.
  • De rechtbank oordeelt dat doorwerking alleen aan de orde is bij een ernstige schending van het recht op vrijheid.
  • De duur van vijf dagen onrechtmatige bewaring is te beperkt om van een ernstige schending te spreken.
  • De tweede maatregel, gebaseerd op een andere grondslag, blijft rechtmatig.

4. Overige beoordeling

  • Geen aanvullende gebreken die de rechtmatigheid van de tweede maatregel aantasten.

Conclusie en Gevolgen

  • NL25.14273 (eerste maatregel): Beroep gegrond, € 500 schadevergoeding (5 x € 100)
  • NL25.14555 (tweede maatregel): Beroep ongegrond
  • Proceskostenvergoeding: € 907

Noten

• Vw 2000 – artikel 59b lid 1
• Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
• ECLI:NL:RVS:2025:232
• ECLI:NL:RVS:2018:2083
• ECLI:NL:RVS:2021:885
• ECLI:EU:C:2022:858

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder