Onterecht ambtshalve toetsing bewaring in asielprocedure – Grensdetentie – Schadevergoeding vernietigd – ECLI:NL:RVS:2025:1646
ABRvS | 14-04-2025 | NL24.18936 | Hoger beroep gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd (opheffing en schadevergoeding); geen proceskostenvergoeding
Feiten en Procesverloop
Betrokkene, van Cubaanse nationaliteit, diende op 12 april 2024 bij aankomst op Schiphol een asielaanvraag in. Op dezelfde dag is haar een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, Vw 2000. Bij besluit van 30 april 2024 is de aanvraag afgewezen. De rechtbank Den Haag (zp Amsterdam) verklaarde het beroep tegen het asielbesluit gegrond, vernietigde dat besluit, beval opheffing van de maatregel en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hoger beroep in.
Overwegingen Afdeling
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve heeft getoetst of de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig was, terwijl daartegen op dat moment geen afzonderlijk beroep liep. Dit is in strijd met de vaste lijn uit ECLI:NL:RVS:2023:2829 en ECLI:NL:RVS:2016:2675, waarin is bepaald dat ambtshalve toetsing geen uitbreiding mag geven tot andere besluiten dan waarop het beroep ziet. De rechtbank had dus geen bevoegdheid om opheffing te bevelen of schadevergoeding toe te kennen.
Conclusie en Gevolgen
Uitspraak: Hoger beroep gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd voor zover opheffing maatregel en schadevergoeding is bevolen; geen proceskostenvergoeding.
Noten
- Vw 2000 – art. 6, lid 3; art. 106
- ECLI:NL:RVS:2016:2675
- ECLI:NL:RVS:2023:2829
- ECLI:NL:RVS:2025:1646