Onbeëdigde tolk op zitting geen reden opheffing

Bewaring – Digitale handtekening maatregel – Tolk bij zitting – Terugverwijzing rechtbank – ECLI:NL:RVS:2025:1537
ABRvS | 10-04-2025 | NL24.20735 | Hoger beroep gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd; zaak terugverwezen; geen proceskostenvergoeding

Feiten en Procesverloop

De vreemdeling is op 11 april 2024 op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw 2000 in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft op 8 mei 2024 een kennisgeving als bedoeld in artikel 94, eerste lid, Vw 2000 aan de rechtbank gestuurd. Op 24 mei 2024 heeft de rechtbank Den Haag (zp Roermond) het beroep gegrond verklaard, de maatregel opgeheven en schadevergoeding toegekend. De rechtbank oordeelde dat de maatregel niet rechtsgeldig was ondertekend en dat de afwezigheid van een registertolk tijdens de zitting tot onrechtmatigheid leidde. De minister stelde hoger beroep in.

Overwegingen Afdeling

De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de maatregel van bewaring niet rechtsgeldig was ondertekend. De originele maatregel, opgevraagd door de Afdeling, bevatte een elektronische handtekening die door de Afdeling zelf is gevalideerd. Daarmee is sprake van een rechtsgeldige ondertekening (vgl. ECLI:NL:RVS:2024:4237).

Ook de tweede grief van de minister slaagt: het ontbreken van een registertolk bij de zitting had de rechtbank moeten oplossen door het onderzoek te schorsen en op een ander moment met tolk voort te zetten, conform artikel 8:64 Awb en eerdere rechtspraak (ECLI:NL:RVS:2014:1968). De rechtbank heeft deze mogelijkheid ten onrechte onbenut gelaten.

Conclusie en Gevolgen

Uitspraak: Hoger beroep gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd; zaak terugverwezen naar de rechtbank; geen proceskostenvergoeding.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder