Utrecht volgt Den Bosch: ongelukkig zinnetje in folder geen probleem


53. Bewaring – Bevestiging lijn Rb. Den Bosch over rechtsmiddelenclausule – juiste grondslag ophouding – informatieplicht nagekomen – ECLI:NL:RBDHA:2025:9065

Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 18-04-2025 | NL25.16321 | Egyptische nationaliteit – beroep ongegrond – geen schadevergoeding


Feiten en Procesverloop

Eiser, van Egyptische nationaliteit, is op 7 april 2025 op grond van artikel 59b, eerste lid, onder a en b, Vw in bewaring gesteld. Hij klaagt dat:

  • de ophouding op de verkeerde wettelijke grondslag heeft plaatsgevonden (artikel 50 lid 2 Vw in plaats van lid 3);
  • hij bij inbewaringstelling onvoldoende is geïnformeerd over zijn rechten (artikel 5.3 Vb);
  • de rechtsmiddelenclausule in het besluit onjuist is;
  • en dat bewaringsgrond 3i ten onrechte is gebruikt.
    Hij verzoekt om schadevergoeding.

Overwegingen Rechtbank

1. Grondslag ophouding

  • Eiser werd aansluitend op strafrechtelijke heenzending opgehouden zonder identiteitsdocument.
  • Identiteit kon toen niet onmiddellijk worden vastgesteld; minister hoeft gegevens uit strafrechtelijk traject niet over te nemen.
  • Proces-verbaal toont dat onderzoek naar identiteit is verricht via systemen en registers.
  • Juist gebruik van artikel 50 lid 2 Vw; eerdere bekendheid met personalia en terugkeerbesluit (26 juli 2024) verandert dit niet.

2. Informatieplicht

  • Eiser ontving Arabische informatiefolder met aangekruiste feitelijke en juridische gronden.
  • Dat in de tekst staat dat beroep “met advocaat” besproken moet worden, maakt niet dat artikel 5.3 Vb is geschonden.

3. Rechtsmiddelenclausule – bevestiging lijn Rb. Den Bosch (ECLI:NL:RBDHA:2025:5338)

  • Net als in de zaak bij Rb. Den Bosch oordeelt de rechtbank dat het besluit een onjuiste rechtsmiddelenclausule bevatte.
  • In Den Bosch werd geoordeeld dat een onjuiste clausule alleen gevolgen heeft als aannemelijk is dat de betrokkene hierdoor daadwerkelijk is benadeeld in de mogelijkheid om tijdig beroep in te stellen.
  • Hier, net als in Den Bosch, stelde eiser tijdig beroep in (binnen één dag), waardoor geen sprake was van belangen­schade.
  • De rechtbank sluit zich aan bij deze benadering: de onjuiste clausule maakt het besluit niet onrechtmatig als er geen daadwerkelijke benadeling is.

4. Bewaringsgronden

  • Grond 3i is vervallen; overige zware gronden (3a, 3b, 3c, 3d) en lichte gronden (4a, 4c, 4d) zijn dragend.

5. Ambtshalve toetsing

  • Geen moment van onrechtmatigheid vastgesteld.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Schadevergoeding: Afgewezen
  • Proceskostenvergoeding: Geen
  • Deze uitspraak bevestigt expliciet het oordeel van Rb. Den Bosch (ECLI:NL:RBDHA:2025:5338) dat een onjuiste rechtsmiddelenclausule zonder daadwerkelijke benadeling geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van het besluit.

Noten

• Vw 2000 – artikel 59b lid 1
• Vw 2000 – artikel 50 lid 2 en 3
• Vb 2000 – artikel 5.3
• ECLI:NL:RBDHA:2025:5338 – Rb. Den Bosch: onjuiste clausule zonder benadeling heeft geen gevolgen
• ECLI:NL:RVS:2021:134
• ECLI:NL:RVS:2023:4180
• ECLI:NL:RVS:2024:2979


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder