Omzetting binnen twee dagen, niet binnen 48 uur

Bewaring – Juiste grondslag en tijdige omzetting maatregel – ECLI:NL:RBDHA:2025:7603

Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 02-05-2025 | NL25.18400 | Marokkaanse nationaliteit – beroep ongegrond – geen schadevergoeding


Feiten en Procesverloop

  • Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 18 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onder a en b, Vw.
  • Hij stelde nooit asiel te hebben willen aanvragen en meende daarom dat de grondslag van artikel 59b Vw onjuist was. Ook voerde hij aan dat zijn identiteit al bekend was door zijn strafrechtelijke aanhouding.
  • Op 20 april 2025 gaf eiser tegenover zijn advocaat aan geen asielaanvraag te willen doen. Zijn advocaat meldde dit bij de IND en stelde beroep in.
  • Op 22 april 2025 vond een vertrekgesprek plaats, waarbij eiser een intrekkingsverklaring van zijn asielaanvraag ondertekende.
  • De minister hief de maatregel op 24 april 2025 op en legde aansluitend een nieuwe maatregel op.

Overwegingen Rechtbank

1. Grondslag van de maatregel

  • Uit het gehoorverslag (M110) blijkt dat eiser tijdens zijn gehoor verklaarde niet terug te kunnen naar Marokko, waarmee hij expliciet een asielaanvraag deed. Hij ondertekende het M35H-formulier.
  • Het gehoor vond plaats met een beëdigde tolk; de rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de juistheid van dit verslag.
  • De minister mocht daarom de bewaring baseren op artikel 59b lid 1 onder a (identiteitsonderzoek) en b (asielaanvraag). Dat eiser bij strafrechtelijke aanhouding al geïdentificeerd was, doet hier niet aan af.

2. Tijdige omzetting van de maatregel

  • Volgens eiser moest de bewaring binnen 48 uur na 20 april 2025 worden omgezet, toen hij zijn advocaat zei nooit asiel te hebben willen aanvragen.
  • De rechtbank oordeelt dat pas op 22 april 2025, bij het vertrekgesprek en ondertekenen van de intrekkingsverklaring, ondubbelzinnig duidelijk was dat eiser zijn asielaanvraag introk.
  • Op 24 april 2025 werd de maatregel opgeheven en direct vervangen door een nieuwe. Dat dit niet strikt binnen 48 uur gebeurde, maakt dit niet onrechtmatig: vaste jurisprudentie van de Afdeling (o.a. ECLI:NL:RVS:2024:1869) bepaalt dat geen absolute 48-uurstermijn geldt, maar een redelijke omzettingstermijn van twee dagen. Hieraan is voldaan.

3. Ambtshalve toetsing

  • De rechtbank ziet geen andere redenen om de bewaring onrechtmatig te achten.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Schadevergoeding: afgewezen
  • Proceskostenvergoeding: geen

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder