Bewaring – Niet-registertolk en ontbreken formele niet-leveringsverklaring – ECLI:NL:RBDHA:2025:7591
Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 02-05-2025 | NL25.16738 | Nationaliteit niet vermeld – beroep ongegrond – geen schadevergoeding
Feiten en Procesverloop
- Eiser is op 8 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a lid 1 Vw.
- Hij klaagde o.a. dat voorafgaand aan de maatregel een niet-beëdigde tolk Amhaars werd ingezet, zonder dat een formele niet-leveringsverklaring aanwezig was.
Overwegingen Rechtbank
Niet-registertolk (punt 3.1)
- Uit het dossier blijkt dat er géén afzonderlijke niet-leveringsverklaring is opgesteld.
- Wel is in het proces-verbaal vastgelegd dat op dat moment geen beëdigde tolk Amhaars beschikbaar was en daarom een tolk van de noodlijst is ingezet.
- De rechtbank overweegt dat hiermee is voldaan aan de strekking van artikel 28 Wbtv: bij spoedeisende situaties mag een niet-geregistreerde tolk worden gebruikt.
- Daarbij weegt mee dat eiser aangaf de tolk goed te verstaan.
- Conclusie: het ontbreken van een formele niet-leveringsverklaring maakt de bewaring niet onrechtmatig.
Overige beroepsgronden (kort)
- Spoedige rechterlijke beslissing: hoor en uitspraak binnen de wettelijke termijnen van artikel 94 lid 5 Vw.
- Staandehouding: gebaseerd op strafrechtelijke grondslag (art. 447e Sr, art. 2 Wet op de identificatieplicht); geen verkapte vreemdelingenrechtelijke bevoegdheid.
- Gronden bewaring: zware gronden 3a en 3b van artikel 5.1b Vb voldoende dragend.
- Legitiem doel: overdracht aan Frankrijk mogelijk en voorzien → doelbewaring aanwezig.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Schadevergoeding: afgewezen
- Proceskostenvergoeding: geen
Noten
- Vw 2000 – artikel 59a lid 1
- Vw 2000 – artikel 94 lid 5
- Vb 2000 – artikel 5.1b
- Wet beëdigde tolken en vertalers – artikel 28
- Sr – artikel 447e
- Wet op de identificatieplicht – artikel 2