Bewaring – Prejudiciële vragen Terugkeerrichtlijn – non-refoulement en artikel 5 belangen – ECLI:NL:RBDHA:2025:7570
Rb. Den Haag (zp Roermond) | 06-05-2025 | NL25.17803 | Algerijnse nationaliteit – verwijzingsuitspraak – behandeling geschorst
Feiten en Procesverloop
- Eiser (1994, Algerijnse nationaliteit) diende op 11 september 2024 een eerste asielaanvraag in, maar verscheen niet voor zijn gehoor. Bij besluit van 7 oktober 2024 is dit verzoek buiten behandeling gesteld; dit besluit gold tevens als terugkeerbesluit met inreisverbod (2 jaar). Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel ingesteld.
- Na overdracht door Frankrijk (26 maart 2025) diende eiser een opvolgende asielaanvraag in, maar trok deze 9 april 2025 in.
- Eiser werd eerst in asielbewaring geplaatst (art. 59b Vw), daarna op 10 april 2025 in bewaring gesteld ter fine van verwijdering naar Algerije (art. 59 lid 1, onder a, Vw).
- In het gehoor verklaarde eiser dat hij bij terugkeer naar Algerije vreest voor een behandeling in strijd met [artikel 3 EVRM / artikel 4 en 19 lid 2 Handvest] en dat hij zorg wil dragen voor zijn op 18 september 2024 in Frankrijk geboren kind. Hij overlegde bewijsstukken (geboorteakte, foto’s, verklaring ex-partner).
- Eiser stelde beroep in tegen de bewaring.
Overwegingen Rechtbank
Spanning met nationale rechtspraak
- Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag de bewaringsrechter niet treden in de beoordeling van het terugkeerbesluit, maar alleen nagaan of een dergelijk besluit aanwezig is (vgl. ABRvS 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829; 12 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4578).
Unierechtelijke verplichtingen
- De rechtbank twijfelt of dit verbod verenigbaar is met richtlijn 2008/115 (Terugkeerrichtlijn) en artikel 47 Handvest.
- Onder verwijzing naar arresten FMS, C-924/19 PPU en C-925/19 PPU, C, B en X (C-704/20 en C-39/21) en Ararat, C-156/23 overweegt de rechtbank dat ook de bewaringsrechter moet kunnen nagaan of:
- het beginsel van non-refoulement in de weg staat aan uitvoering van het terugkeerbesluit;
- de in artikel 5 Terugkeerrichtlijn genoemde belangen (gezinsleven, belang kind, gezondheid) zich verzetten tegen de uitvoering.
Reden prejudiciële vragen
- Het terugkeerbesluit van 7 oktober 2024 werd genomen zonder inhoudelijke toetsing en zonder rechterlijke controle.
- Eiser heeft geen actueel rechtsmiddel om de rechtmatigheid of uitvoerbaarheid van dat besluit te laten toetsen.
- De rechtbank moet echter effectief rechterlijk toezicht kunnen uitoefenen om te voorkomen dat eiser onrechtmatig in bewaring blijft terwijl verwijdering mogelijk niet uitvoerbaar is.
Conclusie en Prejudiciële Vragen
De rechtbank schorst de behandeling en stelt het Hof van Justitie van de EU twee vragen (PPU-procedure):
- Moet de bewaringsrechter zich ambtshalve vergewissen dat non-refoulement niet aan uitvoering van het terugkeerbesluit in de weg staat?
- Moet de bewaringsrechter zich ambtshalve vergewissen dat de belangen van artikel 5 Terugkeerrichtlijn zich niet verzetten tegen uitvoering van het terugkeerbesluit?
Noten
- Richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn)
- Handvest EU-grondrechten art. 6, 7, 19 lid 2, 24 lid 2, 47
- ECLI:NL:RVS:2023:2829
- ECLI:NL:RVS:2023:4578
- HvJ EU – FMS
- HvJ EU – C, B en X
- HvJ EU – Ararat