14 dagen wachten op overdracht is niet te lang


Bewaring – Vervolgberoep, voortvarend handelen – ECLI:NL:RBDHA:2025:9509

Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 28-05-2025 | NL25.22143 | Vervolgberoep – beroep ongegrond – geen schadevergoeding

Feiten en procesverloop

  • Eiser (nationaliteit niet vermeld) is op 10 april 2025 in bewaring gesteld op grond van art. 59 lid 1 onder a Vw 2000.
  • De maatregel is op 14 mei 2025 opgeheven na overdracht aan de Oostenrijkse autoriteiten in het kader van de Dublinverordening.
  • Eiser handhaafde zijn beroep en verzocht om schadevergoeding.

Overwegingen rechtbank

  • De rechtbank had de bewaring reeds eerder (uitspraak 30 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:7323) tot 29 april 2025 rechtmatig geoordeeld. Nu is uitsluitend de periode van 29 april tot 14 mei 2025 beoordeeld.
  • Voortvarend handelen:
    • Eiser voerde aan dat de overdracht naar Oostenrijk te lang duurde. Het claimakkoord van Oostenrijk dateert van 30 april 2025; de overdracht vond pas op 14 mei plaats.
    • Rechtbank: uit de voortgangsrapportage (M120) blijkt dat de minister op 2 mei 2025 een vlucht heeft aangevraagd, waarbij dit de eerst mogelijke datum was vanwege de door Oostenrijk gehanteerde aankondigingstermijn. Daarmee is voldoende voortvarend gehandeld.
  • Ambtshalve toetsing: De overige door eiser gestelde punten (gronden onvoldoende dragend, geen lichter middel, geen zicht op uitzetting) waren niet onderbouwd. Ambtshalve ziet de rechtbank geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten.

Conclusie en gevolgen

  • Beroep ongegrond.
  • Geen schadevergoeding.
  • Geen proceskostenvergoeding.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder