Bewaring ingegaan na strafdetentie, ophouding overgeslagen: ongegrond


Bewaring – Voortraject en tijdstip uitreiking maatregel – ECLI:NL:RBDHA:2025:9168

Rb. Den Haag (zp Groningen) | 20-05-2025 | NL25.21019 | Marokkaanse nationaliteit – beroep ongegrond – geen schadevergoeding

Feiten en Procesverloop
Eiser, Marokkaanse nationaliteit, is op 25 april 2025 op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw 2000 in bewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen de maatregel en verzocht om schadevergoeding.

Overwegingen Rechtbank

  • Voortraject:
    Eiser voerde aan dat geen proces-verbaal van ophouding en onderzoek (M105A) is opgemaakt. Volgens de rechtbank was dit niet nodig, omdat al eerder onderzoek naar identiteit en nationaliteit had plaatsgevonden bij een eerdere inbewaringstelling. Eiser is direct na afloop van strafrechtelijke detentie aansluitend in vreemdelingenbewaring geplaatst; van ophouding was dus geen sprake.
  • Tijdstip uitreiking maatregel:
    Eiser betoogde dat de maatregel prematuur was uitgereikt op 24 april 2025, terwijl bewaring pas op 25 april 2025 begon. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak dat een besluit tot inbewaringstelling mag worden uitgereikt tijdens vrijheidsbeneming op een andere titel, mits duidelijk is dat uitvoering pas aansluitend begint. In dit geval bestonden geen belemmeringen voor tenuitvoerlegging op 25 april 2025.
  • Gronden van de maatregel:
    De minister legde diverse zware (3a, 3b, 3c, 3d, 3e, 3i) en lichte (4c, 4d, 4e) gronden ten grondslag. Lichte grond 4e werd ter zitting laten vallen. De rechtbank stelt vast dat de overige gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn en een risico op onttrekking rechtvaardigen.
  • Lichter middel:
    De rechtbank acht het terecht dat geen lichter middel is toegepast. De gronden zijn dragend en er waren geen persoonlijke omstandigheden of medische bezwaren die bewaring onevenredig maakten. Medische zorg is in het detentiecentrum gewaarborgd.
  • Voortvarendheid en zicht op uitzetting:
    Op 6 mei 2025 vond een vertrekgesprek plaats. Een laissez-passer-aanvraag was al in december 2024 ingediend, en op 8 mei 2025 is een vluchtverzoek gedaan en op 9 mei 2025 een vlucht geboekt (19 mei 2025). De Marokkaanse autoriteiten hebben de nationaliteit bevestigd. Daarmee bestond voortvarend handelen en voldoende zicht op uitzetting.

Conclusie en Gevolgen
Beroep ongegrond. Verzoek om schadevergoeding afgewezen. Geen proceskostenvergoeding.

Noten


Wil je dat ik voor dit soort zaken met procedurele beroepsgronden (zoals ophouding of te vroege uitreiking) het accent standaard leg op die punten in de samenvatting?

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder