Bewaring – Ondertekening M110 en ontbreken uitspraken – ECLI:NL:RBDHA:2025:8431
Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 12-05-2025 | NL25.19206 | Nationaliteit eiser niet vermeld – beroep ongegrond
Feiten en procesverloop
- Bij besluit van 18 april 2024 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 in bewaring gesteld.
- Eiser diende beroep en een verzoek om schadevergoeding in.
- De zitting vond plaats op 6 mei 2025; eiser en zijn gemachtigde waren afwezig wegens uitzetting op diezelfde dag.
Overwegingen rechtbank
- Opmaak en ondertekening M110
- Eiser betoogde dat het gehoorverslag (M110) pas twee dagen na het gehoor is opgemaakt en ondertekend.
- De rechtbank oordeelt dat enige tijd voor uitwerking toelaatbaar is. Nu het gehoor zelf niet is betwist, is geen sprake van onzorgvuldigheid.
- Ontbreken van uitspraken in het dossier
- Eiser klaagde dat uitspraken in hoger beroep en voorlopige voorziening ontbreken, terwijl daar wel naar verwezen wordt.
- De rechtbank acht dit niet gebrekkig. De intrekking van het verblijfsrecht dateert van 13 december 2023 en is op 6 maart 2024 in persoon uitgereikt; dit besluit is niet geschorst.
- De verantwoordelijkheid om op de hoogte te blijven van procedures ligt bij eiser. De rechtbank acht aanvullende stukken niet noodzakelijk.
- Gronden voor bewaring
- De rechtbank acht zware gronden 3b (onttrekking aan toezicht) en 3c (niet naleven vertrekplicht) feitelijk juist en voldoende dragend.
- Lichter middel
- De minister heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom niet is gekozen voor een alternatief, zoals meldplicht. Eiser onderbouwde zijn stellingen onvoldoende.
- Ambtshalve toetsing
- Geen gronden voor ambtshalve geconstateerde onrechtmatigheid.
Conclusie en gevolgen
- Beroep ongegrond.
- Verzoek schadevergoeding afgewezen.
- Geen proceskostenvergoeding.
Noten
- ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829
- HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858