Nieuw zicht uitzetting Algerije, ondanks eerdere opheffing. Met actuele cijfers


Bewaring – Zicht op uitzetting Algerije – ECLI:NL:RBDHA:2025:8127
Rb. Den Haag | 09-05-2025 | NL25.18589 | Algerijnse nationaliteit – beroep ongegrond – schadevergoeding afgewezen

Feiten en procesverloop

Eiser, van Algerijnse nationaliteit (geb. [1995]), is op 22 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000.
De maatregel is gebaseerd op meerdere zware en lichte gronden uit artikel 5.1b Vb 2000, waaronder:

  • illegale binnenkomst (3a),
  • onttrekking aan toezicht (3b),
  • eerdere uitzetplicht niet nagekomen (3c),
  • gebrekkige medewerking aan identiteitsvaststelling (3d),
  • weigering terugkeer (3i),
  • geen vaste woon- of verblijfplaats (4c),
  • geen middelen van bestaan (4d).
    Eiser betoogt dat geen zicht op uitzetting naar Algerije bestaat en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt.
    Een eerdere bewaring liep van 13 t/m 21 januari 2025 en werd opgeheven na belangenafweging. De rechtbank behandelde de zaak schriftelijk; het onderzoek is gesloten op 7 mei 2025.

Overwegingen rechtbank

De gronden van de maatregel zijn niet betwist.
Volgens vaste jurisprudentie moet bij een hernieuwde bewaring na eerdere opheffing wegens gebrek aan zicht op uitzetting, worden getoetst op nieuwe feiten en omstandigheden. In dit geval is die eerdere bewaring echter opgeheven vanwege een belangenafweging, niet wegens ontbrekend zicht op uitzetting. Verweerder hoeft daarom geen nieuwe feiten aan te voeren.

De rechtbank acht het zicht op uitzetting naar Algerije nog steeds aanwezig. Uit informatie van verweerder blijkt dat in 2024 in totaal 125 laissez-passers (lps) zijn afgegeven, waarvan 60 voor ongedocumenteerde Algerijnen. In 2025 zijn t/m 1 april 19 lps verstrekt voor gedwongen terugkeer. De gemachtigde van eiser heeft hier niet op gereageerd.

Specifiek ten aanzien van eiser is op 14 juni 2024 een lp-aanvraag ingediend; die is nog in behandeling. Eiser weigert actief mee te werken aan terugkeer, zoals blijkt uit het vertrekgesprek van 28 april 2025. Er zijn geen aanwijzingen dat de Algerijnse autoriteiten geen lp zullen afgeven.

Ook acht de rechtbank het optreden van verweerder voldoende voortvarend en acht zij het gebruik van een lichter middel niet passend.

Conclusie en gevolgen

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Geen proceskostenvergoeding.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder