Bewaring – Dublinmaatregel, betwisting gronden, geen lichter middel – ECLI:NL:RBDHA:2025:9002
Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 20-05-2025 | NL25.20641 | Nationaliteit niet vermeld – Dublin – beroep ongegrond – schadevergoeding afgewezen
Feiten en procesverloop
Eiser is op 4 mei 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw 2000, vanwege een voorgenomen overdracht op grond van de Dublinverordening (EU) nr. 604/2013.
Als zware gronden zijn aangevoerd:
- illegale binnenkomst (3a),
- eerdere onttrekking aan toezicht (3b),
- geen medewerking aan vaststelling identiteit (3d),
- geen medewerking aan overdracht na overdrachtsbesluit (3k).
Als lichte gronden: - schending verplichtingen hoofdstuk 4 Vb (4a),
- geen vaste woon-/verblijfplaats (4c),
- geen middelen van bestaan (4d).
Eiser betwist alle gronden, stelt dat de MOB-melding van 27 februari 2025 (na zitting toegevoegd aan dossier) onvoldoende onderbouwd is en dat verweerder zich onterecht op deze gronden baseert. Ook stelt eiser dat verweerder partijdig was en geen lichter middel heeft onderzocht.
Zitting vond plaats op 14 mei 2025.
Overwegingen rechtbank
Bewaringsgronden
De rechtbank oordeelt dat de zware gronden 3a en 3b feitelijk voldoende zijn onderbouwd. Eiser erkent zelf zonder documenten te zijn ingereisd. De MOB-melding uit het interne systeem van verweerder is toereikend, ondanks dat het geen ambtsedig proces-verbaal betreft. Er is geen verplichting tot ambtsedige onderbouwing volgens paragraaf A2/10.3.3 Vc. Ook blijkt uit een brief van verweerder aan de Duitse autoriteiten dat eiser niet bij de geplande overdracht is verschenen.
Daarmee is sprake van een significant onttrekkingsrisico. De rechtbank komt daarom niet meer toe aan beoordeling van de overige gronden.
Lichter middel
De rechtbank verwerpt de stelling dat verweerder vooringenomen was. Uit het gehoor blijkt dat de verbalisant openstond voor informatie van eiser over alternatieven voor bewaring, en heeft gevraagd naar familie, medische situatie, bereidheid tot terugkeer en andere relevante omstandigheden. Dat het woord ‘beslissing’ werd gebruikt in plaats van ‘voornemen’ acht de rechtbank niet doorslaggevend. Eiser heeft geen persoonlijke omstandigheden aangedragen die bewaring onevenredig bezwarend maken.
Ambtshalve toetsing
Ook ambtshalve is geen reden gebleken om de maatregel onrechtmatig te achten.
Conclusie en gevolgen
Beroep ongegrond; verzoek om schadevergoeding afgewezen. Geen proceskostenvergoeding.
Noten
- ECLI:EU:C:2014:1320 (Mahdi)
- ECLI:NL:RVS:2020:829
- ECLI:EU:C:2022:858
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21673
- Artikel 59a Vw 2000
- Artikel 5.1b Vb 2000
- Dublinverordening (EU) nr. 604/2013