Bewaring – Binnenvallen opvangkamer met zeven agenten niet disproportioneel – ECLI:NL:RVS:2025:2273
ABRvS | 22-05-2025 | NL25.11034 | Hoger beroep ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd; geen schadevergoeding; geen proceskostenvergoeding
Feiten en Procesverloop
Bij besluit van 6 maart 2025 is appellant in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag (zp Arnhem) verklaarde het beroep op 25 maart 2025 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in.
Overwegingen Afdeling
De enige grief in hoger beroep betrof de wijze van aanhouding: appellant achtte het binnentreden van zijn kamer op de opvanglocatie door zeven opsporingsambtenaren disproportioneel. De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat deze inzet niet buitensporig, maar juist zorgvuldig was. Omdat het bij een opvanglocatie moeilijk in te schatten is wie zich in een kamer bevinden en hoe zij zullen reageren, was het optreden gepast. Dat appellant uiteindelijk alleen bleek te zijn, doet daar niet aan af.
Conclusie en Gevolgen
Uitspraak: Hoger beroep ongegrond; uitspraak rechtbank bevestigd; geen schadevergoeding; geen proceskostenvergoeding.
Noten
- Vw 2000 – art. 91, lid 2
- Awb – art. 8:54
- ECLI:NL:RVS:2025:2273